Category Archives: Interviews

Joost Overbeek: ‘Ik kom uit de hoek van wat wij Onzin noemen’

Een portret van ontwerpbureau Overburen. Geschreven voor Publish #1 van 2015, maar daarin niet verschenen.

Ontwerpbureau Overburen maakt het liefst leuk werk, doet lollige opdrachten. Onzinwerk noemen ze het zelf. Maar klanten worden de laatste jaren steeds serieuzer en veeleisender. Joost Overbeek van Overburen blijft streven naar die leuke klussen. Een portret van een ontwerpstudio en een gesprek over het vak ontwerpen waarover Joost Overbeek zegt: ‘De laatste paar jaar is het vak veel serieuzer geworden. Mensen willen nu eerst een concept en een communicatiestrategie.’

Joost Overbeek woont in Arnhem en werkt er twee dagen in de week. Hij doet daar projecten en dingen voor zichzelf. De rest van de week is hij bij Overburen in Amsterdam. Zijn werk in Arnhem en Amsterdam overlapt elkaar deels. ‘Er is niet zo heel veel verschil tussen mijn werk bij Studio Joost Overbeek en Overburen. Ik doe soms projecten in Arnhem waarvan ik denk: daar ga ik Amsterdam niet mee lastigvallen. Ik schrijf bijvoorbeeld boekjes en dat doe ik in Arnhem. Toen ik begon heb ik een tijd alleen gewerkt. Het werd langzaam wat groter, er kwamen mensen bij en het werd De Studio van Joost Overbeek. Ik vond dat de mensen de telefoon niet konden opnemen met “De Studio van Joost Overbeek, hallo met Jurgen”. Het werd “Hallo, met Overburen”.’

Joost Overbeek van Overburen.
Joost Overbeek van Overburen.

Op de site van Overburen staat te lezen: ‘We helpen opdrachtgevers om in een snel veranderende, steeds complexer wordende wereld helder te communiceren met gebruikmaking van alle mogelijke media en met behulp van alle daarvoor benodigde technologieën.’ De vraag is: hoe complexer is die wereld dan?
‘Mooi hè! Dat zinnetje is wel goed gelukt, al zeg ik het zelf. Ergens gejat waarschijnlijk. Vroeger kwamen de klanten langs en vroegen ze om een foldertje en een affiche, maar dat is tegenwoordig niet meer genoeg. Zeker de afgelopen paar jaar is het allemaal steeds serieuzer geworden. Het zal waarschijnlijk met de crisis te maken hebben. Ik kom uit de hoek van wat wij Onzin noemen. We maakten veel beeld, veel Boomerangkaarten bijvoorbeeld, we deden heel veel onzinprojecten. Het vak is anders geworden. En er zijn inmiddels zo ongelooflijk veel grafisch ontwerpers. Op het lijstje van beroepen waar je op school uit kunt kiezen is het inmiddels een van de domste keuzes die je kunt maken. Als grafisch vormgever kom je op dit moment niet echt makkelijk meer aan de bak. Je kunt beter mondhygiënist worden.’

Continue reading Joost Overbeek: ‘Ik kom uit de hoek van wat wij Onzin noemen’

Loudmouth: ‘Ik ben een schreeuwlelijk. Gillen! Wawawawaaah!’

Dit interview met Loudmouth maakte ik in oktober 2014 en het verscheen in een ietwat kortere en aangepaste versie in Publish #6 van 2014. Overigens was dit ook mijn allerlaatste stuk voor Publish.

Loudmouth – Robert Adriaansen (1973) – heeft zijn studio in een oud schoolgebouw, een oude gereformeerde ULO. Als ik bij hem bovenkom op de tweede etage, zeg ik dat ik ook op een ULO heb gezeten. Hij reageert meteen: ‘Ik heb alleen de LTS gedaan, verder heb ik nooit wat geleerd.’

Tijdens het fotograferen van zijn studio praten we al wat. Ik had gelezen dat hij ooit koos voor muziek maken in plaats van verder leren en wil weten wat voor muziek dat was. Punk en rockabilly dus, hij speelde bas, maar daar heeft hij inmiddels met Loudmouth, zijn ontwerpbureau, geen tijd meer voor.
‘Ik moest kiezen tussen de kunstacademie of in een bandje spelen. Ik zat in de tourbus alleen maar te schetsen, ik ging op de academie achterlopen, muziek maken én een opleiding ging gewoon niet werken. Muziek maken vond ik veel belangrijker. Toen ben ik aan de slag gegaan bij een reclamebureau als DTP-er, dan kon ik drie keer in de week optreden en bij dat reclamebureau het vak leren.’

‘Ik vind het lekker om met een soort lompigheid iets te maken wat sexy is’

Die LTS – de grafische school – had hij wel afgemaakt. ‘Ik ben nog uit de tijd van clichés maken, loodletters zetten, alles deed je met de hand. Dat zie je misschien terug in mijn stevige typografie. Knippen en plakken, dat vind ik prettig. Ik vind het lekker om met een soort lompigheid iets te maken wat sexy is. Ik maakte vroeger heel veel ontwerpen voor cassettebandjes. Dan printte ik bij de copyshop wat ik gemaakt had in twee verschillende percentages en dan keek ik wel wat het mooiste paste. Ik hou van dat soort toevalligheden. Je werkt met de dingen waarover je op dat moment beschikt.’


© Loudmouth.

Continue reading Loudmouth: ‘Ik ben een schreeuwlelijk. Gillen! Wawawawaaah!’

Een interview met Lodewijk Asscher uit 2006

Ik schreef tussen 2005 en 2006 op regelmatig basis voor het blog Amsterdam Centraal. Voorafgaande aan de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 interviewde ik voor het blog Lodewijk Asscher, lijsttrekker van de PvdA.
Toen hij naar Den Haag vertrok heb ik nog geprobeerd een ‘afscheidsinterview van Amsterdam’ met hem te regelen, maar Amsterdam Centraal was voor hem toen waarschijnlijk te klein geworden. Mijn verzoek kan hem natuurlijk ook nooit bereikt hebben.
Hij ligt op dit moment behoorlijk onder vuur en daarom is dit interview misschien aardig om nog eens te lezen wat hij begin 2006 zei over de ideale samenleving, radicalisering en het wantrouwen tegen de overheid.

Alweer een tijdje geleden kocht ik het boekje ‘Nieuw Amsterdam’ van Lodewijk Asscher, voorzitter van de gemeenteraadsfractie van de PvdA in Amsterdam. Reden was niet de uitgebreide aandacht in de pers over het opheffen van de Wallen, een onderwerp dat in het boek ongeveer één pagina beslaat, maar doodgewone nieuwsgierigheid over wat Asscher over de toekomst van Amsterdam te melden had. Asscher beschrijft een Amsterdam in 2020, waarin kinderen goed onderwijs krijgen, integratie geen probleem meer is, woonruimte geen probleem is en er ook voor allochtonen genoeg werk is te vinden.
Ik vond het een mooie utopische visie, maar was nieuwsgierig hoe je dat praktisch, in het hier en nu, moest invullen. Je hebt als politicus te maken met Den Haag, met andere partijen in de gemeenteraad, kortom: hoe ziet Asscher de praktische realisatie van zijn idealen. Ik ging het hem vragen.

Lodewijk Asscher: ‘Ik heb er bewust voor gekozen te schetsen wat voor samenleving ik in de toekomst wil hebben. In de politiek gaat het heel vaak over dingen die nú anders moeten. Met dit boek begon ik met waar ik uit wil komen in 2020 en ging ik terugwerken: hoe kun je dat realiseren. Ik zat bij het schrijven niet vast aan de afspraken van nu, de percentages, de cijfers achter de komma. Het is een ideaalbeeld waarvan je weet dat je het nooit voor honderd procent kunt bereiken, maar ik geloof wel dat je een aardig eind die kant op kunt komen met Amsterdam.’

‘Wij hier in de Stopera kunnen niet allemaal bepalen hoe het moet’

‘In Amsterdam zie ik heel veel positieve elementen die je meer zou kunnen benutten. Dan moet je wel op een bepaalde manier politiek bedrijven. Ik vind ook dat mensen in staat moeten worden gesteld om daar iets aan bij te dragen. Wij hier in de Stopera kunnen niet allemaal bepalen hoe het moet.’

Dat klinkt als Kennedy die zei: wat kun je doen voor Amerika in plaats van wat kan Amerika doen voor jou.
LA: ‘Daar heeft hij dan ook een soort mentaliteitsverandering mee bereikt. Een beetje hetzelfde gebeurde hier na de moord op Van Gogh. Naast angst en spanningen ontstond er bij mensen een gevoel van: wacht even, dit is onze stad en die laten we toch niet kapotmaken? Die energie vertaalt zich in allerlei debatten en spontane, positieve ontwikkelingen. Die energie is veel groter dan de energie die je alleen vanuit de politiek kunt bereiken.’
Continue reading Een interview met Lodewijk Asscher uit 2006

Typografie herleeft in TTYPP, ‘Titi Wai Pipi’

Dit interview met Peter Merten en Max Kisman van TTYPP maakte ik in 2012 en het verscheen in Dzone 140.

Interview met Max Kisman en Peter Mertens van TTYPP

TYP/Typografisch papier werd in 1986 op een verjaardagsfeest opgericht. Initiator Max Kisman verklaarde die avond de oorlog aan de staat van de design, typografie en de smaak van de Nederlandse esthetische elite. Later verschenen publicaties over design, typografie, kunst en literatuur. Nu is er de eerste uitgave van TTYPP (zoals ze inmiddels heten) op de iPad, in samenwerking met de uitgever van Dzone, de IIIPublishers. Dzone sprak met Max Kisman en Peter Mertens over TYP, TTYPP en de staat van de typografie op dit moment. En natuurlijk over de nieuwe app.

In de sociëteit Arti et Amicitiae is het leeg en rustig. Peter Mertens en Max Kisman tonen voorafgaand aan het gesprek wat oude uitgaven van TYP, die later voor de foto’s nog een keer worden uitgestald. ‘Dit heeft onze faam destijds bestendigd’, zegt Peter Mertens voordat ik mijn eerste vraag stel.

De faam van wat precies? Wat was TYP en wat is TTYPP?
Peter Mertens: ‘Mag ik? Max, je valt me wel in de rede als…’
Max Kisman: ‘Het begin kan ik beter zelf eerst vertellen. Peter en Jan Dietvorst vierden hun verjaardagspartijtje in het chalet naast Paradiso. Het idee was om ze een niet-materieel cadeau te geven, om iets te doen, als interventie van het feestje: een actie of performance. Ik was in die tijd erg ontevreden over de staat van de typografie en de houding van typografen en grafisch ontwerpers. Het was net in de tijd van de opkomst van computers en ik bedacht als cadeau: ik ga een blauwdruk voor een tijdschrift aan ze geven. Ik hield een toespraakje waarin ik stelde dat het slecht gesteld was met de typografie in Nederland, en ik had al een aantal nummers van het tijdschrift gemaakt in fotokopie. Eentje zat er in een fles, die ik na de toespraak kapotsloeg tegen de schoorsteenmantel, als ware het ‘t dopen van een schip.’
Mertens: ‘We praten over 31 augustus 1986..’
Kisman: ‘En daarna zeiden Peter en Jan en…’
Mertens: ‘En toen bleek kleine Max, de kleinste van ons allemaal, maar hij had hele grote affiches vormgegeven, stapels tijdschriften gemaakt en zelfs een postzegeltje, zeg maar ‘de langste lul’ te hebben en groepeerden we ons rondom Max. Hij werd meteen hoofdredacteur…’
Kisman: ‘Zij wilden er daadwerkelijk een blaadje van gaan maken en zo is het begonnen. We hadden alles in huis, beeld, beeldende kunst, het beschouwende, het schrijven en het ontwerpen. Het gaat bij TYP niet alleen over de letter, de typografie, maar ook over de letter in het beeld.’

Peter Mertens.
Peter Mertens.

Continue reading Typografie herleeft in TTYPP, ‘Titi Wai Pipi’

Harald Dunnink: ‘Je moet je energie spenderen aan de inhoud’

Dit interview met Harald Dunnink van Momkai maakte ik in februari 2009 en het verscheen in Dzone 125.

Het Amsterdamse Momkai is een ontwerpbureau dat strategie, ontwerp en technologie laat samenkomen in interactieve en visuele communicatieoplossingen. Momkai houdt zich bezig met interaction design, sms-applicaties, online games, animaties, crossmedia-campagnes en werkt voor klanten als Veronica, Kawasaki, Oger, de Openbare Bibliotheek en Amnesty International. Over het ontstaan van Momkai, hun eigenzinnige kwaliteitseisen en manier van werken sprak Dzone met Harald Dunnink, mede-eigenaar van Momkai.

Hoe is Momkai begonnen?
Harald Dunnink: ‘We begonnen Momkai in 2002, toen ik van het SintLucas kwam. Later kwam Sebastian Kersten erbij, die meer technisch georiënteerd was. We hadden allebei een grafische studie gedaan. Ik kon erg goed met hem werken, hij is erg goed in code en mijn liefde ligt bij grafisch ontwerpen. Toen ik afstudeerde, wist ik niet of het print of online ging worden. Eerst deden we meer visuele communicatie, dus ook wel print, en toen Sebastian erbij kwam gingen we al snel naar meer interactieve projecten. Bij projecten voor het web konden we een verschil maken, en dat gevoel hadden we bij print niet direct. Daar zitten al zo veel goede partijen. Ik vond het interactieve interessanter, bewegend beeld, de gelaagdheid van het werk. En de techniek waarmee je werkt ontwikkelt zich met sprongen. Je werk kan over twee jaar heel anders zijn, omdat er andere mogelijkheden zijn, dus je kunt creatief gezien een heel nieuwe stap maken.’

Momkai_Harald_Dunnink-4239

Wat heb je op je studie geleerd wat je hebt kunnen gebruiken voor Momkai?
Harald: ‘Het gaf me de mogelijkheid om bezig te zijn met ontwerpen. Ontwerpen moet je uiteindelijk zelf leren, uit je eigen analyse van andere ontwerpen en door het maken van veel uren. Kijken is iets wat je zelf doet. Je moet proberen te formuleren wat je mooi vindt en waarom je het mooi vindt en wat je daar zelf uit over kunt nemen. Je krijgt op school de ruimte en je hoeft nog niet over geld na te denken. De eerste vier jaar van Momkai heb ik beschouwd als een vervolgstudie, ik geloof erg in de autodidactische kracht van mensen, zeker in deze branche. Elke fout die je maakt, dat was allemaal leergeld. Daarna zijn we ook meer publiek gegaan.’

‘Men komt nu naar ons toe, we gaan niet de boer op’

‘We begonnen Momkai met een commerciële man, omdat we dachten dat we die nodig hadden. Mijn motivatie voor werken komt uit het leveren van kwaliteit. Ik wilde toen een commercieel iemand hebben, die een juist bedrag aan een opdracht kon hangen. Dat is echter iets wat we in de loop der jaren zelf hebben moeten leren. We hebben nu wel een duidelijk beeld van wat iets moet kosten en we kunnen dat ook goed overdragen. We hebben dus geen puur commercieel iemand meer nodig voor opdrachten. Die eerste jaren waren uiteraard niet de vette jaren. Maar als je het volhoudt, weten mensen op een gegeven moment wat ze aan je hebben. Men komt nu naar ons toe, we gaan niet de boer op.’

Hoe verschillen jullie van een reclamebureau?
Harald: ‘Het verschil is dat men hier niet komt om een hele campagne af te nemen. Laatst werden we in een artikel geplaatst naast een serie ontwerpbureaus en toen merkte ik dat ons dat veel beter past. Veel interactieve bureaus bewegen zich op het gebied van actiemarketing; daar is niets mis mee, maar daar zoek ik het alleen niet. Als we zoiets doen, werken we vaak samen met een reclamebureau. Ik merk dat men graag full-service wil zijn, maar daarvoor moet je een bepaalde omvang krijgen en op een gegeven moment zul je dan je creatieve sturing missen. Als je mede-eigenaar bent, kun je – als Momkai te groot zou worden – niet echt meer zelf in een project zitten. Daarom ontwikkel ik Momkai liever als specialist, in een bepaalde hoek, waardoor je interessant werk kunt blijven maken. Ons doel is niet de grootste te worden, maar kwaliteit te kunnen garanderen. We moeten natuurlijk ook iets verdienen met wat we doen. We doen wel klussen voor minder, voor zorgvuldig geselecteerde partijen, waar dan wel een klus tegenover moet staan bij een andere klant die echt rendabel is. Als je iets voor Amnesty International doet, moet er een andere, meer winstgevende klus tegenover staan om een gezond bureau te runnen.’

_DSC2836

Hoe is jullie manier van werken?
Harald: ‘We maken eerst een proof of concept design, waarin je de stijl en interactiviteit aftast. Dat eerste design maken we in Photoshop en/of Illustrator. We presenteren met overtuiging en kijk je of de klant zich erin kan vinden en of het de juiste sfeer en stijl heeft. Daarna ga je naar het functional design, de technische specificaties, je flowchart, je technische bouwtekening. Als je daarmee zou beginnen, raak je iedereen meteen kwijt. Met dat eerste stuk trek je de klant erbij, dan vindt iedereen het interessant. De technische mensen gaan het voor zich zien, de klant ziet het voor zich, en daarna diep je de structuur pas verder uit. Hoeveel pagina’s hangen eraan, wat is de hiërarchie? We bedenken niet van tevoren: nu gaan we met PaperVision werken. Het kan leuk zijn om nieuwe technieken te gebruiken, maar het gaat om het doel van het project, het gaat om wat je precies wilt bereiken en wat voor beleving je wilt scheppen. Het hoeft geen Flash te zijn, we doen ook HTML-sites, de techniek is eigenlijk niet van belang. We zijn nu samen met een reclamebureau voor het Ministerie van Sociale Zaken bezig: dat wordt HTML, maar daar zitten wel Flash-elementen in voor de beleving. Vroeger had je veel meer de discussie of er wel of niet Flash gebruikt mocht worden en vaak dan ook nog over welke versie van Flash je kon gebruiken. Niet hoger dan versie 5 of 6 bijvoorbeeld, terwijl de penetratie van bijvoorbeeld versie 8 op dat moment al veel hoger lag. Dat beperkt je natuurlijk wel technisch. Het is heel vervelend als je iets gemaakt hebt en de klant zegt: heel mooi, maar je moet het wel maken met de vorige techniek. We zijn nu ook stelliger in onze eisen: als jullie dit en dit willen, dit mooi vinden, dan moeten we met deze techniek werken, dan moeten jullie deze server regelen…

‘Het is echt bullshit dat creatieven niet gestructureerd kunnen zijn’

We werken heel gestructureerd. Het is echt bullshit dat creatieven niet gestructureerd kunnen zijn. Als je goed blijft opletten, kan dat prima. Dat houdt in dat alles netjes benoemd is, met de klantnaam er altijd bij, zodat je bestanden kunt terugvinden, met als doelstelling dat je werkt aan efficiency. Belangrijk is dat je je energie niet hoeft te spenderen om iets terug te vinden, maar dat je die energie spendeert aan de inhoud. Alles netjes in het Engels, commentaar bij de code, en je lagen in Photoshop duidelijke namen geven. Iemand anders moet met een project verder kunnen als degene die het heeft opgezet er niet is.’


© 2009-2014 Momkai.

Vertel eens iets over een project waar jullie tevreden over zijn.
Harald: ‘We zijn erg tevreden over wat we hebben gedaan voor de blog www.nalden.net. Dat is een goed bezochte weblog, waarvan we de maker kennen. Hij schrijft leuke stukken over muziek of over trends. We wilden zijn website naar een volgend niveau brengen. Het was geen echt commercieel project, maar we konden er bepaalde ideeën in kwijt. Wij vinden het leuk om verschillende aspecten van het web te doen: een keer een weblog, een keer een game enzovoort. Hij had voor zijn blog een hele rigide WordPress-pagina; niets mis mee, maar we wilden iets maken dat paste bij zijn identiteit. Bij een blog heb je artikelen, waarop mensen kunnen reageren. Wij bedachten bijvoorbeeld dat je het commentaar op de achterkant van het artikel moet kunnen plaatsen. Dan moet je zo’n artikel kunnen omdraaien op het scherm. Voor zoiets gebruikten we dan de Flash 3D-bibliotheek van PaperVision. We gingen niet van tevoren bedenken: hoe kunnen we PaperVision nu eens inzetten? Voor zo’n klein detail kun je die mooie techniek dan gebruiken. Het versterkt de beleving van de blog.

‘Hij had voor zijn blog een hele rigide WordPress-pagina; niets mis mee, maar we wilden iets maken dat paste bij zijn identiteit’

We wilden dat hij niet alleen maar tekst kon bloggen, maar ook beelden, dus maakten we een connectie met Flickr. Hij kan met zijn mobiele telefoon een foto maken en die sturen naar Flickr. Wij zorgen dan voor een verbinding naar zijn site. We wilden de site benaderen zoals jij je computer opstart. Als je begint te browsen, gedraagt de eerste pagina zich als een besturingssysteem. Daarom hebben we ook die verschillende vensters die je op het scherm ziet. Je had bij Nalden.net een vaste lezersgroep, die heel goed de HTML-structuur kende. Het was spannend om te kijken of we die groep mee konden krijgen naar die nieuwe manier van lezen. Het is wel een hele progressieve lezersgroep en we wilden die uitdagen wat betreft navigeren. Misschien zouden er mensen zijn die per se de HTML-versie willen hebben, en voor die groep hebben we een HTML-versie die aanvoelt als de oude site, maar dan netjes vormgegeven. Het leuke is dat die HTML-site weer op de iPhone goed werkt. Misschien is er maar een heel klein percentage dat zoiets ziet, maar ik vind het belangrijk dat die het ook helder en verzorgd zien. Zo kunnen verschillende typen mensen wel hun informatie krijgen.’

_DSC2953

Ik zag dat jullie ook een eigen CMS maken. Zijn er daar niet al genoeg van?
Harald: ‘Het is niet onze insteek dat ons eigen CMS alle andere systemen gaat wegvagen. Maar omdat we het zelf hebben ontworpen, kunnen we het aanpassen op wat de klant precies wil. Het is niet zo dat het CMS me oplegt dat we in drie kolommen moeten ontwerpen, dat is allemaal vrij. De interface waarin Nalden zijn blog vult, is daardoor ook verzorgd en prettig. Het wordt daardoor ook leuk om in te vullen. Het doel van een CMS moet zijn dat het makkelijk is: hoe kan ik de beste tekst schrijven, hoe kan ik iets ergens makkelijk heen laten linken en niet naar de zaken die erachter liggen. Wij willen ons niet moeten bezighouden met een kleine update van een site. Dat moet de gebruiker kunnen doen en daarom hebben we een CMS ontwikkeld waarmee ze dat kunnen doen. Maar dan moet het wel op een manier dat het vriendelijk gaat. Er zijn vast andere systemen die veel meer kunnen dan de onze, maar daar gaat het niet om. En als er iets niet in zit wat er wel in moet, dan ontwikkelen we dat. Er zijn dan misschien maar een paar mensen die een site moeten updaten, maar voor die mensen moet de gebruikservaring juist ook prettig zijn.’

Denken jullie meteen ‘Ha fijn!’ als er een nieuwe versie van Flash uitkomt?
Harald: ‘We hebben wel mensen intern die daar opduiken, maar dat is niet cruciaal voor de manier waarop we hier werken. Ik ben zelf geen early adopter. We willen wel met de nieuwste technieken werken, maar niet speciaal omdat het nieuw is, we moeten er iets aan hebben. Ik ga niet twitteren omdat iedereen dat doet. Ik kijk eerst of het bij ons past of niet. En wel of niet werken met de allernieuwste versies heeft ook te maken met geld. Een upgrade naar CS4 is duur en ik kan al heel veel met CS3 doen. En natuurlijk werkt het lekker op een nieuwe computer, maar die van een jaar geleden kan ook nog heel veel. En licenties zijn gewoon prijzig.’

Nog één vraag. Wat betekent Momkai eigenlijk?
Harald: ‘We wilden een naam zoals jij en ik een naam hebben, niet met een letterlijke betekenis. We wilden dat het goed uit te spreken is in het Nederlands en Engels, dat het kort en krachtig is en dat je de naam niet kent. Bij een letterlijke betekenis heb je al een associatie die negatief of positief kan zijn, ik wilde dat je niet meteen weet wat je ermee aan moet als je “Momkai” voor het eerst hoort. Als je dan ons werk gaat zien, gaat dat de naam laden. Als ik nu tegen jou “Momkai” zeg, dan zie je voor je wat we hebben gemaakt, dat maakt voor jou Momkai. Als ik mijn werk goed blijf doen, blijf jij er een positieve associatie bij hebben. Het is een huls die je daarna kunt vullen met de kwaliteit van ons werk.’

Meer info over Momkai:
www.momkai.nl

De volledige inhoud is © 2014 Hans Frederiks, tenzij anders aangegeven.

ACHTUNG!: ‘Wij brengen mensen op een spelende manier iets bij over een merk!’

Dit interview met Dick Buschman en Mervyn Ten Dam van ACHTUNG! maakte ik in 2010 en het verscheen in Dzone 133.

ACHTUNG! is een bureau dat interactieve campagnes ontwikkelt voor merken die geloven in interactie met hun klanten. Zo beschrijven ze zichzelf. ACHTUNG! valt met die campagnes zeer regelmatig in de prijzen. Bijvoorbeeld in Cannes met de Cannes Lions, bij de SpinAwards, met campagnes voor klanten als Volkswagen, Chocomel, Skoda, ONeill en Bavaria. Dick Buschman en Mervyn Ten Dam begonnen zo’n zeven jaar geleden op de Prins Hendrikkade in Amsterdam ACHTUNG! met het duidelijke plan om interactieve campagnes te maken, die de ‘merkbeleving’ van consumenten op een speelse manier moeten versterken. Dzone sprak met beide oprichters over het runnen van een reclamebureau voor interactieve media, de ideeën achter ACHTUNG! en over het ontstaan van twee van hun succesvolle campagnes ‘Pak de Polo’ en ‘Blind Drive’, beide voor Volkswagen.

Deel 1 / De zaken

Hoe zijn jullie begonnen?
Dick Buschman: ‘Mervyn Ten Dam en ik hebben ACHTUNG! opgericht. Wij kenden elkaar uit de tijd dat we bij Lost Boys werkten. Lost Boys was van oorsprong een technisch bedrijf met programmeurs die cd-i- en cd-rom-producties deden. Mervyn was een van de eerste designers die bij Lost Boys werkte. Lost Boys kreeg klanten als de Postbank, ING, Wegener, partijen die het meer moesten hebben van transacties via internet dan van het bouwen van merken of het publiceren van rijke content. We wilden ons echter niet zozeer bezighouden met die commerce-platforms, wij vonden het ook toen al interessanter hoe je merken kon bouwen en ondersteunen. We hebben dat bij Lost Boys toen Brand Interaction genoemd: hoe kun je ervoor zorgen dat je op een “spelende” manier mensen iets bijbrengt over merken? We probeerden en proberen dat door mensen zelf ergens mee aan de slag te laten gaan, waardoor ze iets leren over een merk of een bepaald gevoel krijgen over een merk. Dat hebben we bij Lost Boys zo’n zeven jaar gedaan. We zaten daar met een man of 25 in een afdeling waar we campagnes bedachten. Toen waren er micro-sites, bannercampagnes, spelletjes, allerlei vormen van digitale interactie, die de klanten van Lost Boys, zoals KLM en Nuon, hielpen aan awareness voor hun merk. Na zeven jaar was voor ons het punt aangebroken een eigen bedrijf te beginnen.

‘Commerce-sites zijn trajecten van jaren, campagnes hebben gewoon een korte looptijd’

Dat we dat wilden, kwam eigenlijk doordat dit soort campagnes vaak een korte doorlooptijd hebben en ook kortere tijd live staan dan bijvoorbeeld een gewone e-commerce-site. Commerce-sites zijn trajecten van jaren, campagnes hebben gewoon een korte looptijd. Er wordt bijvoorbeeld een nieuwe Golf geïntroduceerd. Dan moeten we nu aan de slag. Die vorm van creativiteit en dat soort projecten hadden een andere omgeving nodig dan die bij Lost Boys en daarom zijn wij ACHTUNG! begonnen, als een soort interactief reclamebureau, een reclamebureau voor interactieve media. Er werken hier inmiddels 25 mensen en we hebben geen techniek in huis. Alle techniek sourcen we in, waarbij we dus samenwerken met freelance programmeurs om de campagnes te maken. In huis hebben we drie groepen: degenen die de concepten bedenken, mensen met een sterke visuele, grafische en copy-achtergrond. Met hen bedenken we alle campagnes. Daarnaast hebben we een groep designers, die wat we bedenken vorm kunnen geven, zowel plat als interactief. Als derde groep hebben we de projectmanagers en die zorgen ervoor dat een campagne van a tot z wordt uitgevoerd.’

Wilden jullie graag voor jezelf werken?
Dick: ‘Niet per se, dat was niet onze ambitie. Wij zijn geen ondernemers pur sang, maar wel heel ondernemend en we hebben geloof in deze manier van communicatie, die volgens ons iets toevoegt aan de reclamewereld. De reclamewereld is erg traditioneel en vervalt continu in dezelfde manieren om een merk onder de aandacht te brengen. Wij hebben voor ogen ACHTUNG! het beste bureau proberen te maken en niet alleen in Nederland, maar ook daarbuiten. We willen gewaardeerd worden vanwege de projecten die we doen.’
Continue reading ACHTUNG!: ‘Wij brengen mensen op een spelende manier iets bij over een merk!’

Luis Mendo: ‘Je wordt rijker van doorgeven dan van doorverkopen’

Dit interview met Luis Mendo maakte ik in 2010 en het verscheen in Dzone 132.

GOOD Inc. is de kleine eenmanszaak van Luis Mendo, een uit Spanje afkomstige ontwerper en artdirector. Als bladenmaker heeft Luis brede ervaring met editorial design, een vak dat vrijwel altijd in teamverband wordt uitgeoefend. Reden voor Luis om zijn studio als een netwerk te organiseren: The Goodfellas Network. De harde kern van dit netwerk wordt gevormd door de mensen met wie hij zijn studio deelt. De rest van het netwerk bestaat uit een groep creatieve professionals verdeeld over de hele wereld, ieder met zijn of haar eigen talent en kunde. Dzone sprak uitgebreid met Luis, over zijn ideeën over vormgeving, het Goodfellas Network en over het digitaal publiceren van onder andere magazines. Hoe moet je de enorme stroom digitale informatie tot je nemen?

Luis Mendo komt uit Salamanca, een universiteitsstadje 200 kilometer bij Madrid vandaan, net zoiets als Groningen, met veel studenten. Salamanca is een stadje waar je niet al te lang moet blijven zitten, want er is niet veel industrie en werk te vinden. Hij deed daar een opleiding, die je kunt vergelijken met wat hier de grafische school is. Het laatste jaar deed hij zijn afstudeerproject in Groningen.

Luis Mendo: ‘Ik wilde eigenlijk grafisch ontwerpen op de Rietveld doen, maar ze vonden mijn werk te illustratief, ze wilden liever iemand die meer met typografie bezig was. Ik vond het toen ook wel prima, het was makkelijker als buitenlander om je weg te vinden in een kleine stad, makkelijker dan meteen in Amsterdam. Ik had geen studiebeurs, ik moest werken en ik heb daar allerlei baantjes gehad. Ik heb op kinderen gepast, Spaanse les gegeven, huizen geschilderd, enzovoort. Daarna heb ik in Barcelona twee jaar gewerkt bij verschillende bureaus, onder andere bij een bureau – Cases i Associats – dat voor diverse kranten werkte. De helft van de mensen bij dat bureau bestond uit journalisten, de andere helft uit ontwerpers. Je zat dus samen de hele dag aan een krant of tijdschrift te werken. Je werkte de hele tijd samen met mensen van de inhoud. Dat vond ik geweldig om te doen.’

‘Als je aan bladen of kranten werkt, is inhoud het belangrijkst. De vorm staat in dienst van de inhoud’

‘Je kon de hele tijd ook met de inhoud bezig zijn en niet met vorm alleen. Achteraf gezien ben ik daar erg blij mee. Veel vrienden van me hebben bij vormgevingsbureaus gezeten en ik merk het verschil dat het bij hen vaak minder om de inhoud gaat. Als je aan bladen of kranten werkt, is inhoud het belangrijkst. De vorm staat in dienst van de inhoud. Als je echt met vormgeving – bijvoorbeeld huisstijlen – bezig bent, dan ben je aan het begin met de inhoud bezig, bijvoorbeeld voor een logo, en daarna is het meer vorm. Bij editorial design ben je altijd met het verhaal bezig en de vorm helpt of versterkt het verhaal. Vorm an sich vind ik niet erg interessant.’
Continue reading Luis Mendo: ‘Je wordt rijker van doorgeven dan van doorverkopen’