Category Archives: Interviews

ACHTUNG!: ‘Wij brengen mensen op een spelende manier iets bij over een merk!’

Dit interview met Dick Buschman en Mervyn Ten Dam van ACHTUNG! maakte ik in 2010 en het verscheen in Dzone 133.

ACHTUNG! is een bureau dat interactieve campagnes ontwikkelt voor merken die geloven in interactie met hun klanten. Zo beschrijven ze zichzelf. ACHTUNG! valt met die campagnes zeer regelmatig in de prijzen. Bijvoorbeeld in Cannes met de Cannes Lions, bij de SpinAwards, met campagnes voor klanten als Volkswagen, Chocomel, Skoda, ONeill en Bavaria. Dick Buschman en Mervyn Ten Dam begonnen zo’n zeven jaar geleden op de Prins Hendrikkade in Amsterdam ACHTUNG! met het duidelijke plan om interactieve campagnes te maken, die de ‘merkbeleving’ van consumenten op een speelse manier moeten versterken. Dzone sprak met beide oprichters over het runnen van een reclamebureau voor interactieve media, de ideeën achter ACHTUNG! en over het ontstaan van twee van hun succesvolle campagnes ‘Pak de Polo’ en ‘Blind Drive’, beide voor Volkswagen.

Deel 1 / De zaken

Hoe zijn jullie begonnen?
Dick Buschman: ‘Mervyn Ten Dam en ik hebben ACHTUNG! opgericht. Wij kenden elkaar uit de tijd dat we bij Lost Boys werkten. Lost Boys was van oorsprong een technisch bedrijf met programmeurs die cd-i- en cd-rom-producties deden. Mervyn was een van de eerste designers die bij Lost Boys werkte. Lost Boys kreeg klanten als de Postbank, ING, Wegener, partijen die het meer moesten hebben van transacties via internet dan van het bouwen van merken of het publiceren van rijke content. We wilden ons echter niet zozeer bezighouden met die commerce-platforms, wij vonden het ook toen al interessanter hoe je merken kon bouwen en ondersteunen. We hebben dat bij Lost Boys toen Brand Interaction genoemd: hoe kun je ervoor zorgen dat je op een “spelende” manier mensen iets bijbrengt over merken? We probeerden en proberen dat door mensen zelf ergens mee aan de slag te laten gaan, waardoor ze iets leren over een merk of een bepaald gevoel krijgen over een merk. Dat hebben we bij Lost Boys zo’n zeven jaar gedaan. We zaten daar met een man of 25 in een afdeling waar we campagnes bedachten. Toen waren er micro-sites, bannercampagnes, spelletjes, allerlei vormen van digitale interactie, die de klanten van Lost Boys, zoals KLM en Nuon, hielpen aan awareness voor hun merk. Na zeven jaar was voor ons het punt aangebroken een eigen bedrijf te beginnen.

‘Commerce-sites zijn trajecten van jaren, campagnes hebben gewoon een korte looptijd’

Dat we dat wilden, kwam eigenlijk doordat dit soort campagnes vaak een korte doorlooptijd hebben en ook kortere tijd live staan dan bijvoorbeeld een gewone e-commerce-site. Commerce-sites zijn trajecten van jaren, campagnes hebben gewoon een korte looptijd. Er wordt bijvoorbeeld een nieuwe Golf geïntroduceerd. Dan moeten we nu aan de slag. Die vorm van creativiteit en dat soort projecten hadden een andere omgeving nodig dan die bij Lost Boys en daarom zijn wij ACHTUNG! begonnen, als een soort interactief reclamebureau, een reclamebureau voor interactieve media. Er werken hier inmiddels 25 mensen en we hebben geen techniek in huis. Alle techniek sourcen we in, waarbij we dus samenwerken met freelance programmeurs om de campagnes te maken. In huis hebben we drie groepen: degenen die de concepten bedenken, mensen met een sterke visuele, grafische en copy-achtergrond. Met hen bedenken we alle campagnes. Daarnaast hebben we een groep designers, die wat we bedenken vorm kunnen geven, zowel plat als interactief. Als derde groep hebben we de projectmanagers en die zorgen ervoor dat een campagne van a tot z wordt uitgevoerd.’

Wilden jullie graag voor jezelf werken?
Dick: ‘Niet per se, dat was niet onze ambitie. Wij zijn geen ondernemers pur sang, maar wel heel ondernemend en we hebben geloof in deze manier van communicatie, die volgens ons iets toevoegt aan de reclamewereld. De reclamewereld is erg traditioneel en vervalt continu in dezelfde manieren om een merk onder de aandacht te brengen. Wij hebben voor ogen ACHTUNG! het beste bureau proberen te maken en niet alleen in Nederland, maar ook daarbuiten. We willen gewaardeerd worden vanwege de projecten die we doen.’
Continue reading ACHTUNG!: ‘Wij brengen mensen op een spelende manier iets bij over een merk!’

Luis Mendo: ‘Je wordt rijker van doorgeven dan van doorverkopen’

Dit interview met Luis Mendo maakte ik in 2010 en het verscheen in Dzone 132.

GOOD Inc. is de kleine eenmanszaak van Luis Mendo, een uit Spanje afkomstige ontwerper en artdirector. Als bladenmaker heeft Luis brede ervaring met editorial design, een vak dat vrijwel altijd in teamverband wordt uitgeoefend. Reden voor Luis om zijn studio als een netwerk te organiseren: The Goodfellas Network. De harde kern van dit netwerk wordt gevormd door de mensen met wie hij zijn studio deelt. De rest van het netwerk bestaat uit een groep creatieve professionals verdeeld over de hele wereld, ieder met zijn of haar eigen talent en kunde. Dzone sprak uitgebreid met Luis, over zijn ideeën over vormgeving, het Goodfellas Network en over het digitaal publiceren van onder andere magazines. Hoe moet je de enorme stroom digitale informatie tot je nemen?

Luis Mendo komt uit Salamanca, een universiteitsstadje 200 kilometer bij Madrid vandaan, net zoiets als Groningen, met veel studenten. Salamanca is een stadje waar je niet al te lang moet blijven zitten, want er is niet veel industrie en werk te vinden. Hij deed daar een opleiding, die je kunt vergelijken met wat hier de grafische school is. Het laatste jaar deed hij zijn afstudeerproject in Groningen.

Luis Mendo: ‘Ik wilde eigenlijk grafisch ontwerpen op de Rietveld doen, maar ze vonden mijn werk te illustratief, ze wilden liever iemand die meer met typografie bezig was. Ik vond het toen ook wel prima, het was makkelijker als buitenlander om je weg te vinden in een kleine stad, makkelijker dan meteen in Amsterdam. Ik had geen studiebeurs, ik moest werken en ik heb daar allerlei baantjes gehad. Ik heb op kinderen gepast, Spaanse les gegeven, huizen geschilderd, enzovoort. Daarna heb ik in Barcelona twee jaar gewerkt bij verschillende bureaus, onder andere bij een bureau – Cases i Associats – dat voor diverse kranten werkte. De helft van de mensen bij dat bureau bestond uit journalisten, de andere helft uit ontwerpers. Je zat dus samen de hele dag aan een krant of tijdschrift te werken. Je werkte de hele tijd samen met mensen van de inhoud. Dat vond ik geweldig om te doen.’

‘Als je aan bladen of kranten werkt, is inhoud het belangrijkst. De vorm staat in dienst van de inhoud’

‘Je kon de hele tijd ook met de inhoud bezig zijn en niet met vorm alleen. Achteraf gezien ben ik daar erg blij mee. Veel vrienden van me hebben bij vormgevingsbureaus gezeten en ik merk het verschil dat het bij hen vaak minder om de inhoud gaat. Als je aan bladen of kranten werkt, is inhoud het belangrijkst. De vorm staat in dienst van de inhoud. Als je echt met vormgeving – bijvoorbeeld huisstijlen – bezig bent, dan ben je aan het begin met de inhoud bezig, bijvoorbeeld voor een logo, en daarna is het meer vorm. Bij editorial design ben je altijd met het verhaal bezig en de vorm helpt of versterkt het verhaal. Vorm an sich vind ik niet erg interessant.’
Continue reading Luis Mendo: ‘Je wordt rijker van doorgeven dan van doorverkopen’

Ton Frederiks: ‘Adobe was in technologie én marketing de meerdere van de concurrenten’

Voor Publish nr. 3 van dit jaar interviewde ik Ton Frederiks van Adobe. Hierbij het volledige, niet ingekorte interview.

Ton Frederiks is meer dan 25 jaar het gezicht geweest voor Adobe Benelux bij demo’s en seminars en met talloze tutorials en workshops. Hij liet met honderden demonstraties zien wat er nieuw was in onder andere Illustrator, Photoshop, After Effects, een groot deel van de applicaties uit wat nu Creative Cloud heet. Elke lezer van Publish heeft hem wel eens een demo zien doen, in zijn rustige – laid back – stijl. En na zo’n demo stond hij geduldig gebruikers te woord, met welke vraag dan ook. Nu komt daar een eind aan, hij gaat met pensioen.
Ton schetst aan de hand van een stel steekwoorden die Publish hem voorlegt, de geschiedenis van de DTP, van Adobe én van hemzelf natuurlijk.

Gerrit Rietveld Academie
‘Daar heb ik de opleiding grafisch ontwerpen/illustratie afgerond. Ik werkte een tijd lang als illustrator, bijvoorbeeld voor de VPRO-gids, de Nieuwe Linie, ik illustreerde een kinderboek – De Vis en de jongen – van Dolf Verroen en ik maakte ook schilderijen.’

Commodore 16
‘Techniek fascineerde me al erg lang. Ik bouwde toen ik 10 of 11 jaar was onder andere de jampot radio, het schokapparaat en de natte luiermelder, allemaal ontwerpen uit Radio Blan, een blad voor de jonge ‘electronicahobbyist’. Google daar maar eens op.
Met de Commodore 16 kwam ik voor het eerst in aanraking met een computer. Een erg leuk apparaat. Je kon er zelf op programmeren, tot en met machinetaal aan toe, wat ik ook wel heb gedaan. Het gaf je een idee hoe een computer diep van binnen werkt. Er waren allerlei leuke applicaties voor, bijvoorbeeld Psychedelica, waarmee je allerlei bewegende kleuren en patronen kon genereren.’
Continue reading Ton Frederiks: ‘Adobe was in technologie én marketing de meerdere van de concurrenten’

Harald Dunnink van Momkai over het ontwerpen voor ‘De Correspondent’

Voor Publish nr. 2 van dit jaar interviewde ik Harald Dunnink van Momkai over het ontwerp en de achtergrond van de site voor ‘De Correspondent’ dat Momkai verzorgde en verzorgt. Hierbij het volledige, niet ingekorte interview.

Binnen dertig dagen wilde het nieuwe journalistieke project De Correspondent 15.000 betalende leden bij elkaar te krijgen om te kunnen beginnen. Acht dagen waren genoeg, meer dan 15.000 mensen meldden zich aan en wilden wel die €60,- voor een lidmaatschap van één jaar betalen. Succesvolle crowdfunding, deels te danken aan een optreden van initiator Rob Wijnberg, Femke Halsema en Jelle Brandt Corstius in De Wereld Draait Door. De Correspondent is, zoals ze zelf zeggen ‘Een dagelijks medicijn tegen de waan van de dag’. De Correspondent belooft de leden ‘nieuwe inzichten (te) bieden in hoe de wereld werkt’.
Publish sprak met hoofdontwerper en creative director van De Correspondent Harald Dunnink van ontwerpbureau Momkai, een van de oprichters in het project De Correspondent. Momkai is verantwoordelijk voor het merk, de site en voor alles wat daar achter zit.

Harald Dunnink van Momkai.
Harald Dunnink van Momkai.

Er was een idee – De Correspondent, het dagelijkse medicijn tegen de waan van de dag – maar toen… Hoe moest dat gestalte krijgen?
Harald Dunnink: ‘We hebben eerst lang over de aanpak en het merk gezeten. Toen we eenmaal hadden besloten dat het De Correspondent ging hadden we ook met elkaar afgesproken: het wordt crowdfunding. Maar hoe moesten we het aanpakken? Middels Kickstarter? Of IndieGogo? We besloten om juist een eigen crowdfundingsysteem te bouwen. We wilden De Correspondent erg graag in De Wereld Draait Door presenteren, maar dat blijft altijd een beetje lastig. DWDD weet zelf ook wel hoe belangrijk ze zijn en ze kunnen je zo maar weer afzeggen.’
‘We hadden eerst zelf een presentatie gegeven voor de betrokken mensen. Dat was een ramp. Journalisten zijn keihard voor elkaar. Femke Halsema, die er ook bij betrokken is, was gelukkig heel constructief en bedacht de strategie hoe het best DWDD benaderd kon worden.’

Sommige mensen zeggen achteraf dat we het allemaal aan DWDD te danken hebben, maar dat is echt extreem kort door de bocht.

‘We hebben zelf de signup-systemen gebouwd, we konden precies de vormgeving doen van de pagina waarin alles over De Correspondent wordt uitgelegd. Het was enorm belangrijk dat, als het allemaal los ging, we niet uit de lucht zouden gaan, dat je de signupserver kon bereiken. En dat is allemaal goed gegaan. We besloten 20 minuten voor DWDD live te gaan met de crowdfundingsite. Super spannend. De generale repetitie ging vreselijk en de uitvoering ging fantastisch. Sommige mensen zeggen achteraf dat we het allemaal aan DWDD te danken hebben, maar dat is echt extreem kort door de bocht. Wat er op de site stond – het plan, de betrokkenen, het manifest – was gewoon goed. Je komt er echt niet mee weg als je alles in elkaar geflanst hebt. De hoogste piek in leden was na de uitzending. Ons streefdoel was 15.000 mensen, dat haalde we na acht dagen, aan het eind van de crowdfunding periode waren er 18500 leden.’
Continue reading Harald Dunnink van Momkai over het ontwerpen voor ‘De Correspondent’

Hans Speekenbrink: ‘Hoe groter de artiest, hoe moeilijker ze soms kunnen doen’

Bovenstaand portret van Hans Speekenbrink: © Hans Speekenbrink.

Voor het boek Tips en Trucs voor de digitale spiegelreflexcamera interviewde ik vier verschillende fotografen, ieder met zijn eigen specialiteit. Dit interview – uit 2009 – is met Hans Speekenbrink, over zijn specialiteit podiumfotografie.

Hans Speekenbrink is inmiddels alweer een jaar of vijf bezig met theater- en muziekfotografie. Eigenlijk deed hij dat al vanaf zijn 16de jaar, toen hij naar optredens van Golden Earring en Dave Dee Dozy Beaky Mick and Tich ging en met eenvoudige camera’s hun optredens probeerde vast te leggen. De opkomst van de digitale fotografie vormde de aanzet tot het weer oppakken van zijn oorspronkelijke passie om daar met de huidige middelen nieuwe vorm aan te geven. Het meest actief is Speekenbrink met het registreren van live concerten en theatervoorstellingen, locatie theater en vrijwel alle andere podiumkunsten als beelden bij recensies op Jazzpodium.com en Cultuurpodium.nl. Het niet altijd optimale beschikbaar licht vormt daarbij een interessante uitdaging. Daarnaast voelt hij zich als een vis in het water tussen TV of filmcamera’s en weet hoe hij hoe hij in samenspraak met de opnameleider of regisseur de mooiste still’s weg kan snoepen, zonder de opnamen te verstoren. Fotografie bij de TV-opnamen van VPRO’s Vrije Geluiden zijn daarvan een voorbeeld.

Waarom fotografeer je theater en muziek?
‘Omdat ik van muziek houd en van fotografie en waarom zou je niet hetgeen gaan fotograferen wat je leuk vindt? Ik moet er niet aan denken om sport te fotograferen, dat zou ik een straf vinden. Ik heb een keer een tenniswedstrijd gefotografeerd, en toen heb ik me stierlijk lopen vervelen. Dat heb ik bij muziek nooit. Ik zie ook wel sportfotografen mooie beelden maken, maar ik vind sport niet leuk en muziek wel.’

Jamie Cullum tijdens een optreden op GentJazz. Canon EOS-1D Mark III • ISO 6400 • f/4 • 1/125 @ 47mm. © Hans Speekenbrink.
Jamie Cullum tijdens een optreden op GentJazz. Canon EOS-1D Mark III • ISO 6400 • f/4 • 1/125 @ 47mm. © Hans Speekenbrink.

Waar moet een goede theater/podiumfoto aan voldoen?
‘Je moet de muzikant natuurlijk kunnen herkennen, de expressie op zijn of haar gezicht zien en hij of zij moet helemaal in de muziek zitten. Daarnaast moet het ook nog een mooi beeld opleveren. Soms ben je bij het maken van een foto meer met de achtergrond bezig dan met de muzikant. Als de omstandigheden goed en rustig zijn dan kun je beter en geconcentreerder werken en de muzikant op het juiste moment vangen. En wanneer dat is? Ik voel iets en mijn vinger drukt naar beneden. Het kan door een uitdrukking zijn, het kan de compositie, van alles eigenlijk. Het voor en tevens het nadeel van digitale fotografie is dat je zoveel kunt schieten als je geheugenkaartjes bij je hebt. Soms schiet ik veel omdat ik nog niet helemaal tevreden ben en streef naar een nog betere hoek of expressie of uitkadering. Het nadeel is dat je ze later allemaal door moet nemen en uit moet zoeken.’

Wat heb je voor uitrusting nodig?
‘Als je muziek fotografeert en je wilt daar een beetje goed resultaat mee boeken, dan zul je over twee body’s moeten beschikken, met een tele van 70-200mm en een semi-groothoek van 24-70mm. Soms is de afstand tot het podium net te groot en dan zet ik er nog een converter op, maar dan mis je wel weer wat lichtsterkte. Een lichtsterkte van je lens van van f/2.8 is minimaal het vereiste. Qua ISO-waarde kies ik voor wat er op het moment zelf nodig is. Met mijn ene camera kan ik tot ISO 6400 en met de andere tot 3200 en die waarden gebruik ik dan ook indien nodig. Als ik 6400 gebruik, dan is het afhankelijk van de lichtomstandigheden of ik wat ruwe korrelige foto’s krijg of niet. Ik heb Marcus Miller, een jazz-bassist, op 6400 gefotografeerd en dat ziet er mooi uit. Een beetje onderbelichten helpt ook om te veel ruis te voorkomen. Wat ik als tip zou mee willen geven: ik ga uit van diafragmavoorkeur en daar past de sluitertijd zich maar bij aan. Bij slecht licht ga je dus uit van f/2.8 en afhankelijk van hoe druk het onderwerp is, zet je je ISO-waarde hoger. Als je wat meer licht hebt, kun je altijd nog wat diafragmeren, wil je meer scherptediepte hebben. Bij een trompettist is het vaak mooier om ook de trompet scherper te hebben bij zijn gezicht. Foto’s waarbij alleen het gezicht scherp is en niet de trompet, dat gaat vervelen, dus zul je wat meer moeten diafragmeren. Ik ga daarom altijd uit van diafragmavoorkeurinstelling. Vooral bij de telelens helpt de beeldstabilisatie wel. Ik heb foto’s gemaakt van Plasterk in het halfduister op Oerol met een sluitertijd van 1/13 en die zijn toch haarscherp geworden. Dan moet het onderwerp dus wel een beetje stilstaan. En moet je dus wel een beetje geluk hebben.’

Esperanza Spalding, zang en bas. Canon EOS-1D Mark III • ISO 6400 • f/2.8 • 1/100. @ 115mm.© Hans Speekenbrink.
Esperanza Spalding, zang en bas. Canon EOS-1D Mark III • ISO 6400 • f/2.8 • 1/100. @ 115mm.© Hans Speekenbrink.

Doe je, later in software, nog dingen met ruisonderdrukking?
‘Nee, eigenlijk nooit. Ik fotografeer wel in raw. Ik laad de foto’s in in Lightroom, waarbij Lightroom voor mij de organisatie doet en waar ik wat basic dingen doe als het aanpassen van de witbalans. Het is vaak onduidelijk met allerlei verschillend licht wat de witbalans moet zijn. Heel veel fotografen vinden dat aanpassen van de witbalans moeilijk, maar eigenlijk is het heel simpel, je schiet gewoon met de automatische witbalans aan in je camera, wat soms als nadeel heeft dat je foto er in eerste instantie niet uit ziet. Als je het eenmaal ingeladen hebt in Lightroom, dan zoek je met je pipetje naar neutraal grijs, waarbij je in Lightroom in de linker bovenhoek ziet wat het resultaat gaat worden. Je kijkt linksboven zo’n beetje wat de foto wordt. Ik stelde vroeger zelf tijdens het fotograferen de witbalans op de camera zelf in. Vooral als je met twee soorten licht werkt, binnen- en buitenlicht, dan paste ik zelf de Kelvinwaarde aan. Maar zoeken met naar de juiste of mooiste witbalans met het pipetje is erg handig in Lightroom. Vaak is bijvoorbeeld een microfoon zwart, of de hals van een gitaar en soms heeft iemand een neutraal t-shirt aan. En soms, als je het pipetje boven iemands haar houdt, ziet de foto er ineens neutraal uit. Af en toe neem ik een grijskaartje – een van Lastolite – mee en dat fotografeer ik dan op het podium. Of in de kleedkamer met tl-licht, waar ik dan mijn lastolite fotografeer. Soms mis je dan de sfeer van het oorspronkelijke licht lampen, maar dat is betrekkelijk: als je de foto later terugziet, weet je toch niet meer precies hoe dat licht was en dan erger je je alleen maar aan de rare huidtinten. Door het aanpassen van de witbalans wordt het vaak een wat aantrekkelijker beeld, wat neutraler. Je Je moet daar niet te ver in gaan, want dan worden het een soort daglicht portretten, waarbij alle sfeer van het oorspronkelijke licht is verdwenen. Je moet er een beetje mee schuiven.’

Opera Arminio, Combattimento Consort. Canon EOS 5D • ISO 1600 • f/5.6 • 1/200 @ 155mm. © Hans Speekenbrink.
Opera Arminio, Combattimento Consort. Canon EOS 5D • ISO 1600 • f/5.6 • 1/200 @ 155mm. © Hans Speekenbrink.

Heb je nooit problemen met artiesten die niet gefotografeerd willen worden?
‘Ik heb een hele mooie foto van John Zorn, waar ie zo recht in mijn lens kijkt en doet van wegwezen! En als de fotografen dan weggaan zegt Zorn tegen het publiek: you give them an inch and take take a mile! Maar in het algemeen vallen de problemen met de artiesten wel mee. Sommige artiesten zijn vervelend, maar de meeste niet. Soms halen artiesten ook wel trucjes uit met fotografen. Bij een optreden van E.S.T. mocht je bijvoorbeeld alleen fotograferen bij het derde en vierde nummer en ze speelden maar twee, heel lange, nummers. Of je krijgt een plek waar vanaf je amper goede foto’s kunt maken zoals ik had bij Joe Jackson. En bij Marianne Faithfull mocht je alleen aan de zijkant fotograferen. Hoe groter de artiest, hoe moeilijker ze soms kunnen doen. Wat portretrecht betreft ga ik er vanuit dat iedereen die op het podium staat ook gefotografeerd mag worden. Ik heb wel eens een mailtje gekregen van een actrice die vroeg of ik een foto van mijn site wilde halen, omdat ze vond dat ze niet echt mooi op een foto stond en dat doe ik dan. Je moet ook een beetje goede vrienden blijven.’

Roy Haynes tijdens North Sea Jazz 2009 Canon EOS-1D Mark III • ISO 3200 • f/3.2 • 1/60 @ 95mm. © Hans Speekenbrink.
Roy Haynes tijdens North Sea Jazz 2009 Canon EOS-1D Mark III • ISO 3200 • f/3.2 • 1/60 @ 95mm. © Hans Speekenbrink.

Is het moeilijk om tussen andere fotografen die staan te dringen een goede foto te maken?
‘Het varieert heel sterk. Ik heb wel musicals gefotografeerd voor Cultuurpodium en dat daarbij dertig fotografen stonden te dringen – de bekende papparazzi’s – en waar je ellebogen krijgt, waar je wordt weggeduwd of waarbij iemand ineens voor je neus gaat staan, dat zijn het meest nare ervaringen. Ook bij North Sea Jazz sta je ook tussen 20, 30 fotografen, hoewel het daar meestal wat gemoedelijker gaat. Je moet altijd op zoek naar een goede plek. Bij Jamie Cullum in Gent was het dringen. Bij het fotograferen van iemand achter de piano, zoals Cullum, is er maar een heel kleine hoek waarbij je goede foto’s kunt maken: in het verlengde van het keyboard sta je dan het best, en dan moet je niet ineens een telelens tegen je oor krijgen. Ik ga wel voor een goede plek. Je moet er op tijd zijn en je moet dan meteen een goede plek zoeken. Ik ga voor mijn shots, en houd wel rekening met andere fotografen, maar je moet geen tweede viool gaan spelen. Dat je denkt: hij stond er al. Fotografen kunnen aardig zijn, maar als je aan het fotograferen bent, gaat iedereen voor zijn brood.’

Andrés Marín op de Flamenco Biennale. Canon EOS 5D • ISO 3200 • f/2.8 • 1/50 @ 75mm. © Hans Speekenbrink.
Andrés Marín op de Flamenco Biennale. Canon EOS 5D • ISO 3200 • f/2.8 • 1/50 @ 75mm. © Hans Speekenbrink.

Moet je van muziek houden om het goed te kunnen doen?
‘Ik ken een fotgraaf die gespecialiseerd is in balletfotografie, maar die niet van ballet houdt, en die wel hele mooi balletfoto’s maakt. Mij helpt het in ieder geval wel dat ik van muziek houd. Het mooie van het fotograferen van muzikanten toch dat je allerlei rare koppen met mooie expressie ziet, met mooie uitdrukkingen. Het gaat erom dat je het mooie in iemands hoofd ontdekt.’

De sites van Hans Speekenbrink:
www.hansspeekenbrink.nl
www.cultuurpodium.nl
www.jazzpodium.nl

Ceumar. Canon EOS-1D Mark III • ISO 1600 • f/4 • 1/125 @ 195mm. © Hans Speekenbrink.
Ceumar. Canon EOS-1D Mark III • ISO 1600 • f/4 • 1/125 @ 195mm. © Hans Speekenbrink.

De volledige inhoud is © 2014 Hans Frederiks, tenzij anders aangegeven.