Harald Dunnink van Momkai over het ontwerpen voor ‘De Correspondent’

Voor Publish nr. 2 van dit jaar interviewde ik Harald Dunnink van Momkai over het ontwerp en de achtergrond van de site voor ‘De Correspondent’ dat Momkai verzorgde en verzorgt. Hierbij het volledige, niet ingekorte interview.

Binnen dertig dagen wilde het nieuwe journalistieke project De Correspondent 15.000 betalende leden bij elkaar te krijgen om te kunnen beginnen. Acht dagen waren genoeg, meer dan 15.000 mensen meldden zich aan en wilden wel die €60,- voor een lidmaatschap van één jaar betalen. Succesvolle crowdfunding, deels te danken aan een optreden van initiator Rob Wijnberg, Femke Halsema en Jelle Brandt Corstius in De Wereld Draait Door. De Correspondent is, zoals ze zelf zeggen ‘Een dagelijks medicijn tegen de waan van de dag’. De Correspondent belooft de leden ‘nieuwe inzichten (te) bieden in hoe de wereld werkt’.
Publish sprak met hoofdontwerper en creative director van De Correspondent Harald Dunnink van ontwerpbureau Momkai, een van de oprichters in het project De Correspondent. Momkai is verantwoordelijk voor het merk, de site en voor alles wat daar achter zit.

Harald Dunnink van Momkai.
Harald Dunnink van Momkai.

Er was een idee – De Correspondent, het dagelijkse medicijn tegen de waan van de dag – maar toen… Hoe moest dat gestalte krijgen?
Harald Dunnink: ‘We hebben eerst lang over de aanpak en het merk gezeten. Toen we eenmaal hadden besloten dat het De Correspondent ging hadden we ook met elkaar afgesproken: het wordt crowdfunding. Maar hoe moesten we het aanpakken? Middels Kickstarter? Of IndieGogo? We besloten om juist een eigen crowdfundingsysteem te bouwen. We wilden De Correspondent erg graag in De Wereld Draait Door presenteren, maar dat blijft altijd een beetje lastig. DWDD weet zelf ook wel hoe belangrijk ze zijn en ze kunnen je zo maar weer afzeggen.’
‘We hadden eerst zelf een presentatie gegeven voor de betrokken mensen. Dat was een ramp. Journalisten zijn keihard voor elkaar. Femke Halsema, die er ook bij betrokken is, was gelukkig heel constructief en bedacht de strategie hoe het best DWDD benaderd kon worden.’

Sommige mensen zeggen achteraf dat we het allemaal aan DWDD te danken hebben, maar dat is echt extreem kort door de bocht.

‘We hebben zelf de signup-systemen gebouwd, we konden precies de vormgeving doen van de pagina waarin alles over De Correspondent wordt uitgelegd. Het was enorm belangrijk dat, als het allemaal los ging, we niet uit de lucht zouden gaan, dat je de signupserver kon bereiken. En dat is allemaal goed gegaan. We besloten 20 minuten voor DWDD live te gaan met de crowdfundingsite. Super spannend. De generale repetitie ging vreselijk en de uitvoering ging fantastisch. Sommige mensen zeggen achteraf dat we het allemaal aan DWDD te danken hebben, maar dat is echt extreem kort door de bocht. Wat er op de site stond – het plan, de betrokkenen, het manifest – was gewoon goed. Je komt er echt niet mee weg als je alles in elkaar geflanst hebt. De hoogste piek in leden was na de uitzending. Ons streefdoel was 15.000 mensen, dat haalde we na acht dagen, aan het eind van de crowdfunding periode waren er 18500 leden.’

Toen moesten jullie het platform maken…
Harald: ‘Sebastian Kersten (technisch directeur en mede-eigenaar van Momkai. H.F.) en ik zijn verantwoordelijk voor het platform. Ik creatief eindverantwoordelijk en Sebas voor de techniek. Technisch was het een enorme bevalling. Het plan was om De Correspondent op te zetten als een website omdat we dan zeker wisten dat het overal op te lezen zou zijn. De site diende juist platform onafhankelijk te zijn en dus niet specifiek voor bijvoorbeeld iOS, want dan zijn er natuurlijk mensen die zeggen: dat gaat ik niet mee helpen funden, want ik heb een Android-device. De Correspondent moest voor iedereen beschikbaar zijn en dat kan met een website. De website moest daardoor responsive zijn zodat de verhalen op allerlei apparaten te lezen zijn, op een Macintosh, op een PC, op tablets, en op mobiele telefoons. Iedereen kan erbij die een webbrowser heeft. Daar wilde ik wel mijn garantie op geven. Als dat goed werkte konden we gaan kijken naar apps. Er zitten bepaalde breakpoints in de site, waarbij de site opbreekt van een groot scherm naar een klein scherm. Het correspondentenmenu aan de zijkant past op een gegeven moment niet meer op een kleiner scherm, dat wordt dan een inklapmenu. Het was heel veel testen. Je moet het op zoveel mogelijk devices uitproberen. Het is niet specifiek HTML5, dat is een beetje lastige term; het gaat om goede HTML en goed CSSsen. Het back-end is daarbij ook belangrijk,dat je bijvoorbeeld op een slimme manier cached. Er zijn heel veel verschillende browsers waarin je het resultaat moet bekijken. Safari op een Mac of op iOS, en in Facebook draait ie weer een soort subvorm van Safari, er zijn zoveel variabelen… En dat is dan alleen maar met Safari, en dan is er natuurlijk Chrome, in allerlei varianten en platforms. En natuurlijk is IE daarbij altijd de vervelendste.’

'De website moest daardoor responsive zijn zodat de verhalen op allerlei apparaten te lezen zijn, op een Macintosh, op een PC, op tablets, en op mobiele telefoons. Iedereen kan erbij die een webbrowser heeft.'
‘De website moest daardoor responsive zijn zodat de verhalen op allerlei apparaten te lezen zijn, op een Macintosh, op een PC, op tablets, en op mobiele telefoons. Iedereen kan erbij die een webbrowser heeft.’ Foto:©Momkai.

‘Ik was zo tevreden met de kwaliteit die onze developers voor de site hadden afgeleverd, dat het echt goed werkte en lekker las op al die verschillende devices, dat ik dacht: we kunnen nu wel heel groot op apps gaan inzetten, maar dan moet ik een soort kopie, een halffabrikaat naast de site maken. Daarnaast is het zo kostbaar om een app te maken voor zowel Android, Windows en iOS… Ik zou het nog steeds wel willen, maar je kunt je afvragen wat’ zo’n app precies toevoegt. Het belangrijkste wat een app zou doen is dat je die op het homescreen ziet staan als een icon, maar dat kan al, daar hebben we hele handleidingen voor gemaakt. Een belangrijk onderdeel van een app is de mogelijkheid om De Correspondent offline te lezen, dat een artikel al opgeslagen staat op je telefoon of je tablet. We zijn er naar aan het kijken hoe je dat in-browser kunt doen. Vanuit een ledenperspectief is het veel gezonder en beter om die responsive site te hebben en uit te bouwen. Ik voeg liever allerlei functionaliteit bij de website, dat die steeds intelligenter wordt, dan dat ik de site on hold moet zetten en apps moet gaan maken.’

'Ik wilde een beeld van al die verschillende mensen, geen harde foto, maar een illustratie.'
‘Ik wilde een beeld van al die verschillende mensen, geen harde foto, maar een illustratie.’ Foto:©Momkai.

Je kon ook allerlei dingen bedenken voor de vorm…
Harald: ‘Ik vind het erg belangrijk dat je de correspondenten kunt herkennen, omdat je bepaalde correspondenten gaat volgen. De illustraties van de correspondenten zijn door Clea Dieudonné gemaakt, een Franse collega van ons, die geen idee had wie al die mensen waren. Ik wilde een beeld van al die verschillende mensen, geen harde foto, maar een illustratie. Dat geeft een uniforme, handgemaakte uitstraling. Je kunt ze toch niet allemaal tegelijk in een en dezelfde shoot fotograferen. Het is illustratief en veel stijlvoller. De huisstijl komt ook terug op de redactie. Er is daar een rode wand met de C van het logo van De Correspondent. Met heel weinig middelen krijg je dan toch een uitstraling. Als je de hele wand rood doet met het logo erbij, dan is er geen cameraman die niet bedenkt om je voor die wand op te nemen. In de Franse krant Liberation stond een interview met Rob en die staat dan voor die wand, met loeigroot dat logo achter hem. Het werkt. Het logo is gebaseerd op mijn eigen handschrift, vanuit de filosofie dat je iemand persoonlijk volgt, je moet daarom in de huisstijl het persoonlijke karakter zien. Het mocht daarom geen bestaand lettertype zijn, het moest gecreeërd zijn hoe ik het heb geschetst. We werken ook met stempels, waardoor je niet veel hoeft te drukken. We doen niet zoveel print en als we wat doen, dan kan je het op deze manier met stempels heel sjiek doen, met pen en inkt dat heeft ook weer het handmatige in zich.’

'Het logo is gebaseerd op mijn eigen handschrift.'
‘Het logo is gebaseerd op mijn eigen handschrift.’ Foto:©Momkai.

Waarom hebben jullie alles zelf gemaakt? Er zijn toch al oplossingen als Drupal of WordPress?
Harald: ‘Wij zijn erg op maatwerk, op custom. want dan kan je precies maken wat je voor ogen hebt en wat deze specifieke groep makers dient. Het is belangrijk om te beseffen dat het niet alleen gaat om wat je ziet, maar ook wat er achter zit. We hebben bijvoorbeeld Respondens ontwikkeld, een systeem waarmee de auteurs hun verhalen kunnen schrijven en publiceren. Het is een editor en admin-area ineen. Dat hebben we niet ergens van de plank gehaald. Het was belangrijk om eerst tot de kern door te dringen. Het nieuwe verhalen vertellen, waarbij het ook ging om de mensen die jij belangrijk vindt, die jij als lezer gaat volgen. We hebben bij Momkai ooit wel eens één project als test gemaakt met WordPress, maar met mijn ontwerpen kan je daar eigenlijk niets mee. De lezer en de schrijver verdienen echt beter. Drupal hebben we wel ingezet, bijvoorbeeld bij een mondiaal project als Red Bull Studios. Maar daar kun je toch niet zo ver mee gaan als ik zou willen. We wilden iets maken dat het beste was voor de auteur en het beste voor de lezer. En daarom hebben we Respondens ontwikkeld.’

Naast Apps zijn wel nog dingen waar de lezers om vragen. Zoeken is bijvoorbeeld een veel gevraagde mogelijkheid.
Harald: ‘Ja, zoeken is heel ingewikkeld om goed te doen. Je zegt misschien: zoeken dat is eenvoudig te implementeren… De meeste van de searches op websites vind ik gewoon ruk, die engines leveren helemaal geen fijne resultaten. Ik doe hem liever goed, dan niet. De eerste drie weken zie je dat er niemand om vraagt, we kregen wel vragen voor andere dingen. Ik zei toen: de lezers hebben nog niet door dat ze eigenlijk search willen. Ze vroegen er natuurlijk nog niet om, omdat er nog niet veel content was. Ik zou hem er zo in kunnen bakken, maar dan is ie niet op de manier zoals we eigenlijk zouden willen. Hij moet echt relevante zoekresultaten laten zien. Bij de meeste websites is het een half ingebakken google-ding, die teveel of te weinig resultaten geeft. Stel ik zoek op wijnberg. Dan zou het moeten gaan om de artikelen van Rob Wijnberg, artikelen die met Wijn of Berg te maken hebben of dat het om een persoon gaat. Dat moet ie in verschillende vormen kunnen tonen. Ik vind het terecht dat mensen er om vragen en we gaan het ook doen. Je vergelijkt het hoe mensen het bij Behance doen of bij Twitter, al die bedrijven hebben geld zat om dat goed te doen. Het leuke bij De Correspondent is dat je alles kunt doen: het logo, de huisstijl, de events, een flyer voor de presentatie in Paradiso, cover van het boek van Rob Wijnberg, de interface van de website, de interface van Respondens, we kunnen alles aanraken en blijven er voor ontwikkelen.’

'We werken ook met stempels, waardoor je niet veel hoeft te drukken.'
‘We werken ook met stempels, waardoor je niet veel hoeft te drukken.’ Foto:©Momkai.

Is er nog een uitgebreid wenslijstje?
Harald: ‘Ja dat is er zeker, ook veel wensen vanuit de lezers. Maar dat lijstje deel ik niet. Alles dat we nog niet gedaan hebben, daar heb ik het niet al te veel over. We hebben net van onze wensen gelanceerd: je kunt nu cadeaulidmaatschappen geven en driemaaandelijkse abonnementen afsluiten. Dat soort dingen zijn vooral voor het backend imgewikkeld, daar moet zoveel ontwikkeld worden. Bij zo’n driemaandelijks lidmaatschap,bijvoorbeeld. Wat gebeurt er dan na die drie maanden? Hoe volg je dat op? Het is complex om dat veilig en goed te doen.’

De volgende uitdaging is natuurlijk om alle oorspronkelijke funders na een jaar bij je te houden…
Harald: ‘Dat is het grootste en spannenste ding. Maar we kunnen nu al gaan kijken hoe mensen na die drie maanden gaan vernieuwen.’

Een andere grote uitdaging voor De Correspondent is dat er online zoveel te vinden is…
Harald‘: ‘Het positieve is dat dat soort artikelen vaak niet in het Nederlands is. Het wordt ook niet geduid naar Nederlandse maatstaven of meningen of inzichten. Het is allemaal erg Angelsaksisch. Je leest heel veel vanuit Amerikaans perspectief, wat niet erg is, maar je krijgt geen perspectief vanuit je eigen kader, en daardoor mis je bijvoorbeeld onderwerpen. Deze mate van verdieping en longreads bestond nog niet echt in Nederland en zeker niet digitaal. Zoals onze uitgever Ernst-Jan Pfauth het altijd treffend verwoord: ‘Je moet in het ritme van de lezer van nu komen. Dat ritme is onregelmatig en bovenal is dat ritme digitaal’.
Ook de discussies naar aanleiding van de artikelen voegen veel toe. Die discussies zijn erg prettig, als je die vergelijkt met al die giftige reacties die je vaak ziet. Als je lid wordt, dan ben je dat met je echte naam, bovendien mogen alleen leden bijdragen, waardoor je een soort zelfreinigend vermogen hebt. Je kent de naam, het is enigszins afgeschermd, waardoor je ziet dat er ineens mensen gaan reageren die dat vroeger niet deden. Wat wij merken is dat het hier de andere kant opgaat. Als het stuk van de dag dertig reacties heeft, dan is het weinig. Mensen schrijven hele epistels, men is heel inhoudelijk met elkaar. Je hebt bij ons gelukkig geen assholes meer, maar best wel wat smart asses…’

Sites:
www.decorrespondent.nl
www.momkai.nl
Wat info:
vimeo.com/74398730
nos.nl/op3/artikel/489037-15000-leden-binnen-voor-de-correspondent.html

De volledige inhoud is © 2014 Hans Frederiks, tenzij anders aangegeven.

Leave a Reply

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.