Joost Overbeek: ‘Ik kom uit de hoek van wat wij Onzin noemen’

Een portret van ontwerpbureau Overburen. Geschreven voor Publish #1 van 2015, maar daarin niet verschenen.

Ontwerpbureau Overburen maakt het liefst leuk werk, doet lollige opdrachten. Onzinwerk noemen ze het zelf. Maar klanten worden de laatste jaren steeds serieuzer en veeleisender. Joost Overbeek van Overburen blijft streven naar die leuke klussen. Een portret van een ontwerpstudio en een gesprek over het vak ontwerpen waarover Joost Overbeek zegt: ‘De laatste paar jaar is het vak veel serieuzer geworden. Mensen willen nu eerst een concept en een communicatiestrategie.’

Joost Overbeek woont in Arnhem en werkt er twee dagen in de week. Hij doet daar projecten en dingen voor zichzelf. De rest van de week is hij bij Overburen in Amsterdam. Zijn werk in Arnhem en Amsterdam overlapt elkaar deels. ‘Er is niet zo heel veel verschil tussen mijn werk bij Studio Joost Overbeek en Overburen. Ik doe soms projecten in Arnhem waarvan ik denk: daar ga ik Amsterdam niet mee lastigvallen. Ik schrijf bijvoorbeeld boekjes en dat doe ik in Arnhem. Toen ik begon heb ik een tijd alleen gewerkt. Het werd langzaam wat groter, er kwamen mensen bij en het werd De Studio van Joost Overbeek. Ik vond dat de mensen de telefoon niet konden opnemen met “De Studio van Joost Overbeek, hallo met Jurgen”. Het werd “Hallo, met Overburen”.’

Joost Overbeek van Overburen.
Joost Overbeek van Overburen.

Op de site van Overburen staat te lezen: ‘We helpen opdrachtgevers om in een snel veranderende, steeds complexer wordende wereld helder te communiceren met gebruikmaking van alle mogelijke media en met behulp van alle daarvoor benodigde technologieën.’ De vraag is: hoe complexer is die wereld dan?
‘Mooi hè! Dat zinnetje is wel goed gelukt, al zeg ik het zelf. Ergens gejat waarschijnlijk. Vroeger kwamen de klanten langs en vroegen ze om een foldertje en een affiche, maar dat is tegenwoordig niet meer genoeg. Zeker de afgelopen paar jaar is het allemaal steeds serieuzer geworden. Het zal waarschijnlijk met de crisis te maken hebben. Ik kom uit de hoek van wat wij Onzin noemen. We maakten veel beeld, veel Boomerangkaarten bijvoorbeeld, we deden heel veel onzinprojecten. Het vak is anders geworden. En er zijn inmiddels zo ongelooflijk veel grafisch ontwerpers. Op het lijstje van beroepen waar je op school uit kunt kiezen is het inmiddels een van de domste keuzes die je kunt maken. Als grafisch vormgever kom je op dit moment niet echt makkelijk meer aan de bak. Je kunt beter mondhygiënist worden.’

Dus het is nu moeilijker om te beginnen dan in 1992 toen jij bent begonnen?
‘Voor ons is er nog steeds werk zat. Dat is het probleem niet. En ook echt leuk werk. Maar het is tegenwoordig wel serieuzer. Het is minder vrijblijvend. Het is een “echter” beroep. Ik heb jarenlang het gevoel gehad dat ik maar wat deed. Leuke projecten, leuke dingen maken. Er moet natuurlijk wel geld verdiend worden. En ook dat is leuk. Je moet met de serieuze dingen het geld verdienen om de leuke onzindingen erbij te kunnen doen. Het leukste is natuurlijk als het samen gaat.

‘Je moet met de serieuze dingen het geld verdienen om de leuke onzindingen erbij te kunnen doen’

Ik maak nu een affiche voor mijn grote held Wim T. Schippers, we hebben net een website voor Paul de Leeuw gemaakt en dat zijn erg leuke dingen om te doen. In het geval van Wim T. Schippers word je dan alleen als grafisch vormgever gevraagd, terwijl ik er vroeger altijd wel andere dingen bij deed, zoals wat teksten schrijven, wat redactie. Nu is het allemaal veel meer afgebakend. Het gaat heel goed met Overburen, maar dat komt ook doordat we een eigen hoekje hebben. Dat kon je in 1992 makkelijker bevechten dan nu. Ik kon redelijk makkelijk mijn eigen ding ontwikkelen. Als er zo veel ontwerpers zijn, lijkt me dat veel moeilijker. Ik weet het natuurlijk niet precies, ik hoef nu niet te beginnen. Vergeleken met vroeger is de snelheid veel groter. Niet meer knippen en plakken, maar je maakt het en je mailt het. Vijf minuten later krijg je de correcties en kan het naar de drukker. Het klinkt alsof ik erover mopper, maar dat is niet zo. Ik vind het niet erg. Je wilt ook geen maanden met een foldertje bezig zijn.’

Zijn de klanten veranderd?
‘Zeker! Neem Boomerang. Ik heb in het verleden veel van die kaarten gemaakt. Ze hebben ons nog eens een paar jaar geleden benaderd. Belt er zo’n meisje van Boomerang of ik een kaart voor ze wil maken. Leuk, ik wilde dat wel. Maar toen ik vroeg wat ik ervoor kreeg zei ze: “Niks, het is leuk voor in je map.” Ik heb geen map. Ik heb ook geen map meer nodig. Ik begrijp ook wel dat er zo gewerkt wordt, want als er op iedere hoek van de straat een ontwerper zit, ga je als Boomerang echt niet betalen voor zo’n leuke klus. Dat soort leuk werk moet je tegenwoordig gratis doen.
Ik ben nu bezig met een stel jonge gasten voor een theatergroep. Die wilden een theateraffiche. Dan zeg ik: we kunnen wel een affiche voor je ontwerpen, maar wat heb je eraan? Er zijn zo veel clubjes en zenders die zeggen: kijk naar mij, kom naar mij! Het is ingewikkeld geworden om de aandacht te trekken. Dat red je niet meer met het ophangen van een affiche. Ik wil dan samen met ze bedenken hoe we het publiek op een andere manier kunnen trekken. Dat is natuurlijk ingewikkelder. Daar wil ik dan graag over nadenken. Er vallen in die gesprekken dan woorden als Facebook en Twitter, wat meer hun ding is dan het mijne. Ik vind het dan wel weer leuk om me daarmee te bemoeien, maar ik heb er niet heel veel verstand van. De andere mensen bij Overburen, Ayla en Maarten, hebben dat dan weer wel.’

Stel dat je iets voor bijvoorbeeld Heineken zou kunnen doen? Dan willen die weten wat je ideeën zijn over twitteren, Facebook enzovoort…
‘O, maar dat vind ik ook wel leuk. Als ik in mijn eentje zou werken, had ik wat dat betreft wel een probleem. Ik kan wel iets bedenken, maar ik kan bijvoorbeeld zelf geen filmpjes maken. Ik ken die applicaties niet. Hier in huis hebben we dat allemaal wel. We werken veel voor televisie, daar maken we leaders voor. Ik weet hoe het programma heet waarin die gemaakt worden, maar dan houdt het ook op. Ik vind het leuk om ernaast te zitten en me ermee te bemoeien, maar ik doe dat niet zelf. Zij zijn daar veel beter in.
En dat is ook wel de lol van grafisch ontwerpen. Je staat aan het begin van een proces. Je wordt gevraagd om een vormpje te maken of het lettertype uit te kiezen, maar uiteindelijk komt daar tegenwoordig steeds meer uit voort. Je gaat dan ook de site maken en een filmpje voor Facebook enzovoort.’

Moet je daarvoor groter worden met Overburen?
‘Nee, we zijn wel iets groter geweest. Er is wel een moment geweest dat we naar zes, zeven of acht mensen hadden kunnen groeien, maar dan word ik op woensdag de man die het vlees komt snijden. Met dit clubje kunnen we het werk wel aan. Een klant als Heineken zal echter niet bij ons aankloppen voor een nieuwe huisstijl. Dat vind ik ook prima. Die moeten vooral naar anderen gaan. Maar we kunnen wel veel aan.’

Zou je voor McDonald’s willen werken? Ik bedoel: wijs je ook klanten af?
‘Nee, dat soort klanten komen gewoon niet. Ik heb niet principieel iets tegen McDonald’s. Ik vind het smerig, maar dat is niet belangrijk. Ik zou niet weten waarom we dat niet zouden doen. Maar ze komen hier niet. Als ze hier zouden binnenkomen en met me zouden praten, zouden ze waarschijnlijk denken: die gast, dat wordt ellende. Het lijkt me eigenlijk best leuk. We hebben eigenlijk nooit klanten waarvan je denkt: nou nee. Wat ik best jammer vind…’

(Links Ayla Maagdenberg , rechts Joost Overbeek. )  ‘Er was een bedrijf dat nog een stel neonletters had liggen, maar niet alle letters van het alfabet. Ik wilde drie letters. Ik kreeg een lijstje van Overbuur Christian met veertig drieletterwoorden die je met die letters kunt maken. Dat werd dus DUS. Het had ook LUL kunnen worden. Je moet er geen diepe dingen in zoeken, het is gewoon een lettercombinatie.’
(Links Ayla Maagdenberg , rechts Joost Overbeek. )
‘Er was een bedrijf dat nog een stel neonletters had liggen, maar niet alle letters van het alfabet. Ik wilde drie letters. Ik kreeg een lijstje van Overbuur Christian met veertig drieletterwoorden die je met die letters kunt maken. Dat werd dus DUS. Het had ook LUL kunnen worden. Je moet er geen diepe dingen in zoeken, het is gewoon een lettercombinatie.’

Je bent nu 48, wat verwacht je in de toekomst te doen nu die wereld zo anders is geworden?
‘Als je 48 bent moet je niet meer in vaste dienst op een bureau werken. Er wordt daar van je verwacht dat je mode- en trendgevoeligheid hebt. Dat mis ik inmiddels behoorlijk. Die trendgevoeligheid is iets voor jonge mensen. Die generatie heeft natuurlijk een veel beter gevoel voor hippe muziek en wat er allemaal speelt. Je moet als je ouder wordt weten en doen waar je goed in bent. Ik vind het verzinnen van plannetjes, het enthousiasmeren van mensen leuk en ik weet dat ik daar goed in ben. Je moet niet meer aan één stuk door flyers blijven maken, daar heb ik er genoeg van gedaan. Het maakt niet zoveel uit of je een flyer moet ontwerpen een affiche of een site. Ik krijg niet meer die kick zoals in het begin als er iets van de drukker terugkwam. Het is nog steeds leuk, maar ik beschouw het niet meer als het hoogste goed. Het gaat meer om de leuke projecten die we kunnen doen: de site van Paul de Leeuw, de beeldroman van de eerste serie van A’dam-E.V.A. die ik samen met Norbert ter Hall en Robert Alberdingk Thijm maakte en de affiche die ik voor Wim T. Schippers maakte. Het bedenken van en praten over projecten en horen wat de klanten willen is het leukst.’

Fotoromam‘Norbert ter Hall en Robert Alberdingk Thijm, de makers van de succesvolle tv-serie A’dam-E.V.A. zaten hier. Er was die eerste leuke serie, er kwam een nieuwe serie aan en ze wilden er iets bij. Het idee voor een fotoroman ontstond. Het scenario en de beelden waren er al. Uitgeverij Nieuw Amsterdam was eerst enthousiast, maar die heeft zich nu helaas ineens teruggetrokken. De fotoroman is klaar en het zou doodzonde zijn als die nu misschien niet wordt uitgegeven. Maar dat komt wel.’

Hun site:
www.overburen.nl

Leave a Reply