Loudmouth: ‘Ik ben een schreeuwlelijk. Gillen! Wawawawaaah!’

Dit interview met Loudmouth maakte ik in oktober 2014 en het verscheen in een ietwat kortere en aangepaste versie in Publish #6 van 2014. Overigens was dit ook mijn allerlaatste stuk voor Publish.

Loudmouth – Robert Adriaansen (1973) – heeft zijn studio in een oud schoolgebouw, een oude gereformeerde ULO. Als ik bij hem bovenkom op de tweede etage, zeg ik dat ik ook op een ULO heb gezeten. Hij reageert meteen: ‘Ik heb alleen de LTS gedaan, verder heb ik nooit wat geleerd.’

Tijdens het fotograferen van zijn studio praten we al wat. Ik had gelezen dat hij ooit koos voor muziek maken in plaats van verder leren en wil weten wat voor muziek dat was. Punk en rockabilly dus, hij speelde bas, maar daar heeft hij inmiddels met Loudmouth, zijn ontwerpbureau, geen tijd meer voor.
‘Ik moest kiezen tussen de kunstacademie of in een bandje spelen. Ik zat in de tourbus alleen maar te schetsen, ik ging op de academie achterlopen, muziek maken én een opleiding ging gewoon niet werken. Muziek maken vond ik veel belangrijker. Toen ben ik aan de slag gegaan bij een reclamebureau als DTP-er, dan kon ik drie keer in de week optreden en bij dat reclamebureau het vak leren.’

‘Ik vind het lekker om met een soort lompigheid iets te maken wat sexy is’

Die LTS – de grafische school – had hij wel afgemaakt. ‘Ik ben nog uit de tijd van clichés maken, loodletters zetten, alles deed je met de hand. Dat zie je misschien terug in mijn stevige typografie. Knippen en plakken, dat vind ik prettig. Ik vind het lekker om met een soort lompigheid iets te maken wat sexy is. Ik maakte vroeger heel veel ontwerpen voor cassettebandjes. Dan printte ik bij de copyshop wat ik gemaakt had in twee verschillende percentages en dan keek ik wel wat het mooiste paste. Ik hou van dat soort toevalligheden. Je werkt met de dingen waarover je op dat moment beschikt.’


© Loudmouth.

Hij wijst naar een ontwerp voor een festival. ‘Het ligt natuurlijk wel aan het onderwerp. Voor een festival met garagerock is dat plakken en knippen, geen uitgebreid werk op de computer. Ik print de letter, knip en plak, zet het logo erbij en dat is het. Zijn er dan correcties, dan plak ik het er overheen. Dat is de charme van dit soort ontwerp. Die aanpak werkt niet overal. Mijn omslagen voor boeken zijn soms heel anders, die gaan van supergelikt naar rauw. Dit boek (De lijdzame lust, over SM in Vlaanderen, uitgeverij Borgerhouts & Lamberigts. H.F.) is hardcore typografie en photoshop to the max! Ik probeer tussen die twee manieren van werken een balans te zoeken. Ik wil het voor mezelf afwisselend houden, elke dag pindakaas gaat ook vervelen. Ik ben geen kunstenaar, ik maak geen dingen voor mezelf. Ik krijg een opdracht met een vraag en die probeer ik zo goed mogelijk te definiëren. Soms gaat het natuurlijk faliekant mis, maar dat hoort erbij.’
En als de klant zegt: dat vind ik helemaal niks? ‘Dan vraag ik waarom? Eerst verdedig je altijd je werk: “Hier gaan we prijzen mee winnen! Koop je pak maar vast! We worden wereldberoemd.” Maar als de klant het kut blijft vinden, dan kan het zijn dat je niet de juiste ontwerper voor de opdracht was. Als een klant echt goeie punten heeft, dan kan ik daar vaak wat mee en dan ga ik er mee verder.’

Loudmouth in zijn studio.
Loudmouth in zijn studio.

Dog and Pony
Over Dog and Pony, het succesvolle ontwerperbureau dat hij samen met twee vrienden in 2005 oprichtte en waar hij vijf jaar geleden wegging wil hij niet zoveel zeggen. Ik krijg korte antwoorden als ‘Klopt’ en ‘Ja’ als ik vraag of hij er geen zin meer in had. Later is hij daar wat duidelijker over: ‘Ik miste de rock and roll. Ik maak nu lekker concertposters, ik doe de vormgeving voor festivals. Ik miste mijn rock en roll swing. Dat ei kon ik niet meer kwijt bij Dog and Pony. Ik beschouw mezelf als een bandje, een rock and roll bandje. Ik word gevraagd voor nummers en ik ben geen coverband. Misschien hadden we muzikale meningsverschillen. Wat ik nu doe vind ik gewoon leuk.’

‘Als je met letters gaat spelen krijg je in plaats van letters tekeningetjes’

Het werk van Loudmouth is heel verschillend, maar wel heel herkenbaar. Hij maakt werk met stevige typografie. Ruw werk. Zijn stijl noemt hij zelf brutaal en geil. ‘Loudmouth zegt genoeg, toch? Ik ben een schreeuwlelijk. Gillen. Wawawawaaah!’ Ik vraag hem hoe bijvoorbeeld die drukke, typografische omslag voor het boek van James Worthy is ontstaan. ‘Ik ga schetsen, mooie letters vinden, spelen met die letters en ze dan bij elkaar zetten. Ik kijk naar de letters en soms moet ik ze een beetje aanpassen. Je hebt typografen waarvan je er helemaal niks mee mag doen. Dat vind ik onzin. Ik ben geen purist. Bij mij zijn de letters illustraties geworden. Als je met letters gaat spelen, het in elkaar gaat drukken, krijg je in plaats van letters tekeningetjes. Het ene tekeningetje loopt over in het andere. Dat swingt als een tiet, dat is gaaf! Wow man! En dan weet ik: hier wil ik gewoon heen.’
_DSF3623
Ik wijs op zijn ‘gesloten’ letters: dat is heel modern, wordt veel gedaan op dit moment. ‘Nou en? Als het maar een lekker gevoel geeft. Ik ben niet zo’n purist dat ik zeg: het is nu modern, dan doe ik het niet. Als het gevoel lekker is, waarom zou ik het dan niet gebruiken? Er zijn 26 miljoen ontwerpers in Nederland, dus ik zal best ergens bijpassen. Wat ik doe is op sommige punten echt niet vernieuwend. Ik pretendeer ook niet dat ik dat ben. Ik doe wat ik gaaf vind. Ik hoef niet het vernieuwende bureau te zijn, maar als mensen het leuk vinden wat ik doe… dat vind ik alleen maar gaaf.’

Naast werk voor uitgeverijen is muziek dé rode draad in zijn carrière. Concertposters, de huisstijl voor festivals als Le guess who en Best kept secret, cd-hoesjes voor bandjes, t-shirts. ‘Toen ik overdag voor die bureaus werkte, werkte ik ‘s avonds altijd al freelance voor mezelf. Ik ging altijd naar bandjes toe, en wilde voor die bandjes werken. Ik had geen zin meer om nog geld te betalen om een concert binnen te komen, want die concerten kostten me klauwen vol met geld. Ik zei dus: ik wil graag voor jullie posters maken en daardoor kwam ik altijd op de gastenlijst. Van het een kwam het ander. Het was een beetje bluffen.’


© Loudmouth.

UPC-posters
Op de grond in zijn studio staan ingelijst een viertal posters die hij voor een campagne van UPC maakte, een opdracht die hij via zijn agent Shop Around had gekregen. Het ging om een Super Hero-maand, met films van superhelden, waarbij je telkens kon kiezen tussen twee verschillende superhelden, de Battle of the Superheroes. Degene die de meeste stemmen kreeg kon die week voor één euro bekeken worden.

‘Ik ga nooit naar die feestjes. Wordt ook nooit uitgenodigd trouwens’

‘Bij UPC wilden ze een soort boxing-posters hebben. Shop Around en ik hebben met deze campagne een prijs gewonnen. Je hebt een marketingbeurs met prijzen voor marketingcampagnes en daar wonnen we de de ProMax Award. Ik stuur nooit ergens wat voor in, dat heeft mijn agent gedaan. Ik vind: beoordeel zelf maar wat je ziet, op straat. Als je het hebt gezien, geeft het al aan dat iets opvalt. Van daaruit moet je beoordelen. Daarom doe ik nooit mee. Al die blabla-figuren, die je daar tegenkomt. Ik ga nooit naar die feestjes. Wordt ook nooit uitgenodigd trouwens.’
Hij lacht en zegt als aanvulling: ‘Als ik gevraagd wordt zeg ik: “Natuurlijk, ik kom!”‘

Voordat ik wegga vraag ik nog of Loudmouth een bijnaam was die hij al had. ‘Nee,’ zegt hij, ‘ik heb hem zelf gekozen. Ik werk altijd met nicknames als ik mijn naam ergens onder zet. Nooit met Robèrt (spreekt zijn naam overdreven uit. H.F.). Je hoort het wel als je mij vijf minuten aan de telefoon hebt gehad: Loudmouth, dan weet je wat je krijgt.’

De site van Loudmouth:
www.loudmouth.nl

De volledige inhoud is © 2015 Hans Frederiks, tenzij anders aangegeven.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.