MediaMonks: ‘Wij zijn de Dirk Kuyt van ons vakgebied’

Het interview voor Dzone vond plaats in oktober 2012 met medewerking van Bert Hagendoorn.

Zeven jaar voor dit interview uit 2012 had Bert Hagendoorn van Dzone al een interview met MediaMonks. Toen waren ze met een stuk of tien mensen, inmiddels hebben ze kantoren in Londen en New York, en zijn ze enorm gegroeid. Ze werken exclusief voor reclamebureaus en de klanten daarvan, zoals Stella Artois, Samsung, Philips, KLM en Team O’Neil. Dzone sprak met Wesley ter Haar, founder/operations director, en Victor Knaap, managing director/Main Monk, over de groei van MediaMonks, hun manier van werken en de projecten. De stemming tijdens het interview – het is maandagmorgen vroeg – is relaxed. De sfeer is: we nemen onszelf niet al te serieus.

Wesley bladert in het oude interview van zes jaar geleden. Victor is nog niet aangeschoven.
Wesley: ‘Grappig. Bijna alles was in die tijd werk voor Nintendo.’

 Hoe lang geleden zijn jullie eigenlijk begonnen?
W: ‘Twaalf jaar geleden alweer. Toen Bert ons portretteerde waren we met een stuk of tien mensen. Nu met 170…’

 Dat moet een enorme impact op jezelf en het bedrijf hebben gehad. Hoe houd je de spirit van het bedrijf intact?
W: ‘We hebben een best wel aparte groei meegemaakt. Er zijn bedrijven die in hun doelstelling een bepaalde groei hebben staan en die nemen bepaalde beslissingen die ze nodig vinden om te kunnen groeien. Wij zijn gegroeid zonder dat we het in de gaten hadden. We groeiden elk jaar een beetje in de vaart der volkeren mee, met wat onze klanten nodig hadden. Op een gegeven moment zaten we met tachtig man en waren we eigenlijk nog hetzelfde bedrijf. Er waren geen regels. We keken pas heel laat wat je met een bedrijf moest doen, om met grote groepen en groei om te gaan. Daardoor zijn we weggebleven uit een overmaat aan regels. Ons grote geluk is geweest dat de meeste medewerkers die in het begin van MediaMonks op de zolder zaten, nog steeds bij het bedrijf zitten. We hebben mensen op de werkvloer die allemaal nog weten hoe het was op die zolder en die hebben die cultuur in hun eigen teams weten te krijgen.’

Als je mensen aanneemt weet je nooit van tevoren of ze bij je bedrijf passen, waardoor het moeilijk is om die eigen cultuur te bewaren.
W: ‘We hebben specifieke regels als het om aannemen van mensen gaat. In het verleden namen we wel iemand aan die heel goed was, alleen twijfelde je soms of die persoon dan wel goed paste bij onze cultuur. Ik heb gemerkt dat het belangrijker is dat mensen passen in de cultuur van het bedrijf dan dat ze ergens heel goed in zijn. We waren 22 of 23 jaar toen we begonnen met het aannemen van mensen, we hebben dat dus moeten leren. We nemen nu alleen mensen aan als we weten dat ze één-op-één dezelfde cultuur hebben. En de cultuur is: we nemen onszelf niet al te serieus. Wat we hier doen is leuk, soms ook belangrijk, maar vooral leuk.

‘Wat we hier doen is leuk, soms ook belangrijk, maar vooral leuk!’

En we willen vooral goed werk doen. We houden niet van mensen die de kantjes er vanaf proberen te lopen en die genoegen nemen met mindere kwaliteit. Daar selecteren we op. We nemen veel jong talent aan. Die jonge mensen hebben nog niet in hun hoofd hoe het allemaal precies hoort te gaan. Dat vullen we aan met ouderen, die een beetje genoeg hebben van de manier waarop ze de laatste tien jaar hebben gewerkt, met urenregistratie, met regeltjes en leidinggevenden die voortdurend over je schouder meekijken.’

Wesley ter Haar.
Wesley ter Haar.

 Je noemt nu urenregistratie. Je zult toch op een gegeven moment iets voor een klus moeten rekenen en moeten weten hoeveel tijd eraan is besteed.
W: ‘We doen op jaarbasis tussen de vijfhonderd en duizend projecten, dus we hebben heel veel ervaring om in te schatten hoe lang een project zal duren. Het voordeel is dat we werk voor campagnes doen, dus we weten wanneer we beginnen en wanneer het live moet. Dan weten we: het gaat vijf weken duren en daar hebben we zoveel mensen voor nodig. Hierdoor kan de werkvloer vrij zijn om zich te concentreren op het werk. Er is hier maar één regel: het beste werk maken in de tijd die je hebt.
Dit zorgt voor projectmanagers die bezig zijn met het project, met de oplevering en niet met het budget of dat men over de uren heen gaat. Het zorgt er ook voor dat degenen die daadwerkelijk de uitvoerende werkzaamheden doen – programmeren, animeren, noem maar op – niet het idee hebben dat ze er maar een bepaalde hoeveelheid tijd aan mogen besteden. Ze krijgen alle tijd, zolang het maar op tijd af is. Je motiveert mensen zo ook om heel goed werk te maken. Het is heel moeilijk om aan de ene kant van mensen te eisen dat ze fantastisch werk maken, en aan de andere kant zeggen dat ze daar maar een halve dag de tijd voor krijgen. Dat werkt niet.’

 Ik neem aan dat jullie in het begin veel minder makkelijk konden inschatten wat een klus moest kosten.
W: (lacht smakelijk) ‘Dat hebben we in het begin zeker gehad. Het grappige aan Mediamonks is dat we in het begin niet echt een financiële motivatie hadden. We vonden het gewoon leuk dat we iets voor Nintendo konden maken, en dan werkten we met gemak veel meer uren dan we hadden begroot. We zijn altijd liefhebbers geweest, maar we merkten op een gegeven moment wel dat we een bepaald commercieel inzicht moesten ontwikkelen, omdat we anders als bedrijf niet konden groeien of voortbestaan. En dat is iets dat Victor bij Mediamonks doet.’

Victor Knaap
Victor Knaap

 Jullie groeiden en waren op een gegeven moment met tachtig man. Dat was niet van de ene op de andere dag.
Victor: (net binnengekomen) ‘Zo voelde dat wel.’
W: ‘We hebben écht nooit een doelstelling gehad om met een bepaalde hoeveelheid mensen te groeien. We keken wat er binnenkwam. Op een gegeven moment merk je dat we meer aanvragen binnenkregen dan we aankonden. Dus dan ga je mensen aannemen.’

Toen werkten jullie met freelancers…
W: ‘Nee, nooit. Misschien hebben we het de eerste twee, drie jaar wel geprobeerd, maar het sluit niet aan bij onze manier van werken. We werken met een team en dat team wordt slimmer en beter met elk project dat het maakt. Ik denk ook dat dit onze kracht is.’
V: ‘Je kunt niet met een fixed fee werken en aan de andere kant leeglopen op freelancers. Dat werkt niet. Bij een freelancer wordt er vaak per uur afgerekend, dat werkt niet bij onze projecten.’

 Hoe is jullie rolverdeling?
V: ‘Ik maak websites en Wesley is de commerciële man.’
W: (serieus) ‘Victor heeft een rijbewijs en een jasje! Victor zorgt dat de projecten binnenkomen en ik zorg voor het operationele deel.’

 Zo was het vanaf het begin?
V: ‘Ik heb nog nooit een website kunnen maken! Ik was een zeiler, ik zeilde vier jaar lang rond de wereld voordat ik hier begon. In de tijd dat we begonnen bestond het internet uit een banner, een landingspagina, een kleine site en wat e-mailgedoe hier en daar. Als je nu met mijn achtergrond zou instappen in deze industrie, zou dat wel een beetje te grote stap zijn.’
W: ‘Ik heb anderhalf jaar communicatie gestudeerd. Toen ben ik gestopt met school om een eigen bedrijfje te starten, en dat is via allerlei omwegen MediaMonks geworden. In ‘98, ‘99 begon het internet voor “normale” mensen. Toen was het nog overzichtelijk en was het heel makkelijk om in te stappen. We maakten animaties en simpele websites. Je kon jezelf alles heel makkelijk leren, omdat er nog niet zoveel was om te leren.’

Wesley ter Haar.
Wesley ter Haar.

 We komen te praten over Flash, de technologie om – zeker in het begin – het web leuker te maken: Je kunt nu niet meer met een Flash-site aankomen…
V: ‘Van mij wel hoor…’
W: ‘We hebben nog steeds een grote groep Flash-developers. Flash is nog steeds populair als het om grote, videogedreven projecten of games gaat.’
V: ‘Echt high-end, actiemarketingsites, zijn nog steeds in Flash. Er zit natuurlijk wel een grote HTML-component bij, maar nog steeds maken we heel veel Flash. Het is alleen niet hip om dat te zeggen. Volgens mij wil zelfs Adobe het er niet meer over hebben…’
W: ‘Ons aannamebeleid is wel specifieker geworden. Tien jaar geleden namen we mensen aan die erg allround waren, nu nemen we heel veel specialisten aan, mensen die één ding extreem goed kunnen, bijvoorbeeld character animation.’
V: ‘Bij film hebben we compositors, 3D-ers, editors, dat soort gasten nodig. Het wordt steeds specialistischer. Als je een project op het hoogste niveau wilt realiseren, zijn er steeds meer verschillende disciplines bij betrokken. Vroeger maakten we een site met z’n vieren. Ik verkocht hem, Gin designde het en Wesley en Terrence zetten hem in elkaar. Dat is niet meer mogelijk zonder specialisten.’
W: ‘Aan het laatste grote project dat we vorige week hebben opgeleverd werkten 26 mensen.’

Wat voor project was dat?
W: ‘In dit geval ging het om de nieuwe James Bond-campagne met Heineken, van Wieden + Kennedy Amsterdam. Het was een complex traject: een grote, videogedreven productie, met veel technische hoogstandjes. Het moest naar 63 landen worden uitgerold. Als je dan kijkt wat voor teams je daarvoor nodig hebt, is dat niet alleen een creatief team – dat is het topje van de ijsberg. Als je kijkt wat er moet gebeuren om die 63 talen voor elkaar te krijgen, dan komen daar heel veel disciplines bij kijken. Dat is het niveau van complexiteit dat je nu hebt. En daarvoor nemen we al die specialisten aan.’

 Het staat mooi: Amsterdam, Londen, New York…
V: ‘Eigenlijk wilden we eerst in Hilversum, Dover en New Jersey gaan zitten… We zijn met drie mensen in New York, twaalf in Londen en 155 hier in Hilversum. Er zijn heel weinig mensen in het buitenland die Hilversum begrijpen. Dus Amsterdam. We zijn gestopt met uitleggen. In Londen en New York zitten producers die een idee dat creatieven hebben vertalen naar een haalbare, produceerbare oplossing en dat maken we dan in Hilversum – hoewel we in London ook langzamerhand het een en ander beginnen te maken.’

 Wanneer bedachten jullie dat jullie daar mensen nodig hadden?
V: ‘We zitten sinds drie jaar in Londen, daar komt nu 30 procent van onze business vandaan. En New York is meer een jongensboek. Het is wel erg cool.’
W: ‘Kuifje!’
V: ‘En we zijn bezig met Singapore. Het is makkelijker om in Singapore te beginnen dan in New York. Er zijn veel minder drempels dan in Amerika.’

Victor Knaap.
Victor Knaap.

Is dat niet moeilijk? Een oosters land…
V: ‘Het is daar allemaal Engels. Als je die kant op wilt, is Singapore wel het makkelijkst. We hebben daar een paar klanten zitten waarvoor we in Londen en New York al werk doen. Het is niet zo dat we een groot strategisch plan hebben. Wego with the flow. Zo zijn we ook in Amerika gekomen, doordat mensen ons vroegen of we hen ergens mee konden helpen. Dan beginnen we daar met wat klusjes en kijken we om ons heen of we nog wat meer kunnen doen.

‘Het is voor ons belangrijk om een Nederlands bureau te blijven. Daarom worden we gevraagd.’

We gaan niet echt global opereren, we hoeven geen 244 vestigingen. Ik denk wel dat het goed is om in elke regio aanwezig te zijn. We doen van hieruit veel dingen, bijvoorbeeld in Parijs, en we hebben wat klanten in Moskou. Maar de Nederlandse markt blijft voor ons nog steeds de belangrijkste. Het is voor ons belangrijk om een Nederlands bureau te blijven. Daarom worden we gevraagd. Omdat we realistisch zijn met deadlines, we nakomen wat we beloven en we een constante kwaliteit leveren.’
W: ‘Onze kracht is de mentaliteit en passie van het bedrijf. Wij zijn de Dirk Kuyt van ons vakgebied.’

 We zitten hier trouwens wel in een sjieke boardroom!
V: ‘Hier horen jullie ook eigenlijk niet te zitten. Hier worden dingen verkocht. Hier sluiten we normaal de deals. Het is een goede stap voor ons geweest, om niet meer rechtstreeks voor merken te werken. Je merkt dat het een ander soort mens is die de boardrooms van bedrijven ingaat en vertelt hoe ze als merk iets strategisch moeten doen. Zo zitten wij niet in elkaar. Wij zaten een paar jaar geleden wel in die boardrooms van dat soort bedrijven. En dan we zaten echt op onze handen, zo van: wanneer kunnen we nu eindelijk beginnen met dingen maken in plaats van erover te blijven lullen. Het is goed geweest dat we onze focus verlegd hebben van een interactieve marketing agency naar digitale production agency. We doen nu weer precies waar we goed in zijn: mooie dingen maken. En iemand anders houdt zich bezig met die klant, met de strategie, het concept; als dat afgetikt is, komen wij erin en zorgen wij voor de allerbeste uitvoering van het concept. Onze klanten zijn mensen die bij reclamebureaus werken en dat is een slag relaxter.’

 Hoe blijven jullie ahead of the game en voorlopen met kennis?
W: ‘Het type mensen dat we aannemen zou het werk ook doen als ze geen geld zouden krijgen en thuis zouden zitten. Het zijn eigenlijk hobbyisten, mensen die altijd bezig zijn met iets nieuws. Het type werk dat we binnenkrijgen, dwingt ons vaak om nieuwe dingen te proberen. We krijgen vragen die niet standaard zijn.’
V: ‘De creatieven voor wie we werken, wíllen ook nieuwe dingen maken. De reclamebureaus komen met concepten waarover wij moeten nadenken hoe we ze kunnen realiseren.’
W: ‘We gaan ook een fulltime R&D-afdeling beginnen, omdat we dat belangrijk vinden. R&D gebeurt nu vaak tussen de bedrijven door tijdens het maken van projecten. Bureaus willen zich niet laten beperken door techniek en wij moeten ervoor zorgen dat te kunnen faciliteren.’
V: ‘De grootste trend die je nu ziet zijn early prototypes. Reclamebureaus en de merken waarvoor ze werken, willen veel eerder zien wat het wordt. Ze willen niet alleen naar flow-charts en wireframes kijken, maar kunnen klikken op een prototype en kunnen voelen hoe iets werkt. We zijn er hard mee bezig om dat in te kunnen vullen. De trends die de reclamebureaus zien, moeten wij volgen. Maar we moeten ze ook kunnen voeden met nieuwe dingen.’
W: ‘De trend is dat het aan de achterkant allemaal veel complexer en slimmer in elkaar zit, maar voor de eindgebruiker moet het heel natuurlijk voelen, die moet niets merken van het zware werk aan de achterkant. Zo ging dat bij een project voor Samsung met de Galaxy S III, waar we voor een campagne op Facebook op basis van de timeline van een gebruiker zijn of haar posts op een muziektrack konden zetten.’
V: ‘Bij dit soort complexe opdrachten merk je dat het goed is dat wij alleen nog voor reclamebureaus werken. Reclamebureaus zijn heel goed om tot de essentie te komen, om binnen dertig seconden te vertellen waar een merk voor staat en uit te leggen waarom je iets moet kopen. Ik denk dat wij erg goed zijn in het bedenken van technologische oplossingen om het beste uit een platform te halen.’

‘Ik denk dat wij erg goed zijn in het bedenken van technologische oplossingen om het beste uit een platform te halen.’

‘Vroeger was de voorkant veel te complex en ik denk dat reclamebureaus het ons soms te makkelijk maakten met wat er aan de voorkant moest gebeuren. Als je een heel goed idee hebt en vervolgens gaat nadenken over de techniek die het mogelijk moet maken om het aan de voorkant simpel te houden, dan krijg je één en één is drie. Wij moeten duidelijk krijgen wat een artdirector en copywriter bedoelen. We moeten de strategie van het reclamebureau voor een merk begrijpen en daarvoor een oplossing zoeken.’

 Het reclamebureau zegt dan: wij zouden het leuk vinden als je op basis van verschillende posts op je timeline een muziektrack kunt maken.
W: ‘Dat is dan het idee. Er is dan geen oplossing op de markt die zoiets regelt, dus moeten wij dat uitzoeken.’

Hoeveel mensen werken daar dan aan?
W: In totaal denk ik dat er een mannetje of tien aan heeft gewerkt.’

 Je zei net dat het makkelijk voor jullie is om ergens een prijs aan te hangen… maar een mannetje of tien?
V: ‘We maken vijftig campagnes per maand, dus als je er eentje uitkiest, weet ik dat niet precies. We doen niet aan timesheets. Het maakt ook niet uit, want het werk dat je maakt, moet gewoon op tijd af.’

 Zeggen medewerkers dan niet aan het eind van de week: ik heb zestig uur gewerkt aan die klus. Vragen ze geen overwerkuren?
V: ‘Het werkt natuurlijk twee kanten op, dus: nee. In principe gewoon: nee! Het hoort erbij, het is part of the job. Je kunt iets af hebben of nog een paar uurtjes doorgaan, zo dat het écht lekker werkt.’
W: ‘Die extra 10 procent die er nog aan wordt besteed, zorgt ervoor dat een project echt goed werkt. Dat zijn wel vaak de moeilijkste 10 procent, want je bent al eigenlijk bijna klaar. Als je die laatste 10 procent nog kunt opbrengen, maak je goed werk.’

Maak je eigenlijk zelf nog wel eens wat?
W: ‘Ik ben er nog steeds van overtuigd dat ik de beste actionscripter van het bedrijf ben (gelach), maar ik maak niks meer zelf. Ik dreig er soms wel mee (nog meer gelach), maar ik heb al lang niets meer zelf gemaakt.’
V: ‘Ik werk hier wel elke dag!’

 Willen jullie nog iets kwijt aan de lezers van Dzone?
V: ‘Ik begrijp niet dat we dit soort interviews op maandagochtend om half tien doen, dát wil ik nog wel even kwijt. Ik vind de timing van het interview heel slecht.’
W: ‘Als iemand nog een leuke baan zoekt, kan hij ons een mailtje sturen…’
V: ‘Als je nog een leuk project hebt, kun je mij altijd bellen!’

www.mediamonks.com

De volledige inhoud is © 2014 Hans Frederiks

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.