De studio van Linda Lee

De werktafel, het bureau, de studio, de werkomgeving van een creatief ziet er vaak bijzonder uit. Soms strak, soms chaotisch, vaak met veelzeggende details. Elke Dzone leggen we zo’n studio vast. Deze keer de studio van Linda Lee.

De studio van Linda Lee bevindt zich al weer een aantal jaren thuis. ‘Als je thuis werkt heb je de neiging om het werk even uit te stellen. Afwassen, de was, er zijn altijd wel klusjes om niet aan het werk te gaan. Maar als je een idee hebt gekregen onder de douche, dan kan je nog in je badjas zo aan het werk gaan. Een opdracht is een opdracht en de deadline is heilig, dat zeker.’
Linda tekent nog alles met de hand, vandaar al die potten en potjes met stiften, penselen, pennen en potloden. De iMac wordt gebruikt om schetsen en definitieve illustraties te scannen, kleine retouches te doen in Photoshop en ze digitaal te versturen.
Linda illustreert kinderboeken voor onder andere uitgeverij Ploegsma, de Eekhoorn, Clavis en Zwijssen, schoolboeken voor Malmberg , Wolters Noordhoff, Thieme Meulenhoff en Van In en voor het schoolblad Kleur van uitgeverij Kwintessens. Ook illustreert ze elke Dzone het redactioneel. Het laatste jaar was ze vooral bezig met illustraties voor de ‘Voor Kids-serie’ van Van Duuren Media: Fotograferen, Gamemaker, Mindmappen en Sociale Media voor Kids en nu is ze bezig met het deel Schoolwerk voor Kids.
www.lindalee.nl

De studio van Linda Lee verscheen in 2011 in Dzone 139.

De volledige inhoud is ©2014 Hans Frederiks.

Hans Speekenbrink: ‘Hoe groter de artiest, hoe moeilijker ze soms kunnen doen’

Bovenstaand portret van Hans Speekenbrink: © Hans Speekenbrink.

Voor het boek Tips en Trucs voor de digitale spiegelreflexcamera interviewde ik vier verschillende fotografen, ieder met zijn eigen specialiteit. Dit interview – uit 2009 – is met Hans Speekenbrink, over zijn specialiteit podiumfotografie.

Hans Speekenbrink is inmiddels alweer een jaar of vijf bezig met theater- en muziekfotografie. Eigenlijk deed hij dat al vanaf zijn 16de jaar, toen hij naar optredens van Golden Earring en Dave Dee Dozy Beaky Mick and Tich ging en met eenvoudige camera’s hun optredens probeerde vast te leggen. De opkomst van de digitale fotografie vormde de aanzet tot het weer oppakken van zijn oorspronkelijke passie om daar met de huidige middelen nieuwe vorm aan te geven. Het meest actief is Speekenbrink met het registreren van live concerten en theatervoorstellingen, locatie theater en vrijwel alle andere podiumkunsten als beelden bij recensies op Jazzpodium.com en Cultuurpodium.nl. Het niet altijd optimale beschikbaar licht vormt daarbij een interessante uitdaging. Daarnaast voelt hij zich als een vis in het water tussen TV of filmcamera’s en weet hoe hij hoe hij in samenspraak met de opnameleider of regisseur de mooiste still’s weg kan snoepen, zonder de opnamen te verstoren. Fotografie bij de TV-opnamen van VPRO’s Vrije Geluiden zijn daarvan een voorbeeld.

Waarom fotografeer je theater en muziek?
‘Omdat ik van muziek houd en van fotografie en waarom zou je niet hetgeen gaan fotograferen wat je leuk vindt? Ik moet er niet aan denken om sport te fotograferen, dat zou ik een straf vinden. Ik heb een keer een tenniswedstrijd gefotografeerd, en toen heb ik me stierlijk lopen vervelen. Dat heb ik bij muziek nooit. Ik zie ook wel sportfotografen mooie beelden maken, maar ik vind sport niet leuk en muziek wel.’

Jamie Cullum tijdens een optreden op GentJazz. Canon EOS-1D Mark III • ISO 6400 • f/4 • 1/125 @ 47mm. © Hans Speekenbrink.
Jamie Cullum tijdens een optreden op GentJazz. Canon EOS-1D Mark III • ISO 6400 • f/4 • 1/125 @ 47mm. © Hans Speekenbrink.

Waar moet een goede theater/podiumfoto aan voldoen?
‘Je moet de muzikant natuurlijk kunnen herkennen, de expressie op zijn of haar gezicht zien en hij of zij moet helemaal in de muziek zitten. Daarnaast moet het ook nog een mooi beeld opleveren. Soms ben je bij het maken van een foto meer met de achtergrond bezig dan met de muzikant. Als de omstandigheden goed en rustig zijn dan kun je beter en geconcentreerder werken en de muzikant op het juiste moment vangen. En wanneer dat is? Ik voel iets en mijn vinger drukt naar beneden. Het kan door een uitdrukking zijn, het kan de compositie, van alles eigenlijk. Het voor en tevens het nadeel van digitale fotografie is dat je zoveel kunt schieten als je geheugenkaartjes bij je hebt. Soms schiet ik veel omdat ik nog niet helemaal tevreden ben en streef naar een nog betere hoek of expressie of uitkadering. Het nadeel is dat je ze later allemaal door moet nemen en uit moet zoeken.’

Wat heb je voor uitrusting nodig?
‘Als je muziek fotografeert en je wilt daar een beetje goed resultaat mee boeken, dan zul je over twee body’s moeten beschikken, met een tele van 70-200mm en een semi-groothoek van 24-70mm. Soms is de afstand tot het podium net te groot en dan zet ik er nog een converter op, maar dan mis je wel weer wat lichtsterkte. Een lichtsterkte van je lens van van f/2.8 is minimaal het vereiste. Qua ISO-waarde kies ik voor wat er op het moment zelf nodig is. Met mijn ene camera kan ik tot ISO 6400 en met de andere tot 3200 en die waarden gebruik ik dan ook indien nodig. Als ik 6400 gebruik, dan is het afhankelijk van de lichtomstandigheden of ik wat ruwe korrelige foto’s krijg of niet. Ik heb Marcus Miller, een jazz-bassist, op 6400 gefotografeerd en dat ziet er mooi uit. Een beetje onderbelichten helpt ook om te veel ruis te voorkomen. Wat ik als tip zou mee willen geven: ik ga uit van diafragmavoorkeur en daar past de sluitertijd zich maar bij aan. Bij slecht licht ga je dus uit van f/2.8 en afhankelijk van hoe druk het onderwerp is, zet je je ISO-waarde hoger. Als je wat meer licht hebt, kun je altijd nog wat diafragmeren, wil je meer scherptediepte hebben. Bij een trompettist is het vaak mooier om ook de trompet scherper te hebben bij zijn gezicht. Foto’s waarbij alleen het gezicht scherp is en niet de trompet, dat gaat vervelen, dus zul je wat meer moeten diafragmeren. Ik ga daarom altijd uit van diafragmavoorkeurinstelling. Vooral bij de telelens helpt de beeldstabilisatie wel. Ik heb foto’s gemaakt van Plasterk in het halfduister op Oerol met een sluitertijd van 1/13 en die zijn toch haarscherp geworden. Dan moet het onderwerp dus wel een beetje stilstaan. En moet je dus wel een beetje geluk hebben.’

Esperanza Spalding, zang en bas. Canon EOS-1D Mark III • ISO 6400 • f/2.8 • 1/100. @ 115mm.© Hans Speekenbrink.
Esperanza Spalding, zang en bas. Canon EOS-1D Mark III • ISO 6400 • f/2.8 • 1/100. @ 115mm.© Hans Speekenbrink.

Doe je, later in software, nog dingen met ruisonderdrukking?
‘Nee, eigenlijk nooit. Ik fotografeer wel in raw. Ik laad de foto’s in in Lightroom, waarbij Lightroom voor mij de organisatie doet en waar ik wat basic dingen doe als het aanpassen van de witbalans. Het is vaak onduidelijk met allerlei verschillend licht wat de witbalans moet zijn. Heel veel fotografen vinden dat aanpassen van de witbalans moeilijk, maar eigenlijk is het heel simpel, je schiet gewoon met de automatische witbalans aan in je camera, wat soms als nadeel heeft dat je foto er in eerste instantie niet uit ziet. Als je het eenmaal ingeladen hebt in Lightroom, dan zoek je met je pipetje naar neutraal grijs, waarbij je in Lightroom in de linker bovenhoek ziet wat het resultaat gaat worden. Je kijkt linksboven zo’n beetje wat de foto wordt. Ik stelde vroeger zelf tijdens het fotograferen de witbalans op de camera zelf in. Vooral als je met twee soorten licht werkt, binnen- en buitenlicht, dan paste ik zelf de Kelvinwaarde aan. Maar zoeken met naar de juiste of mooiste witbalans met het pipetje is erg handig in Lightroom. Vaak is bijvoorbeeld een microfoon zwart, of de hals van een gitaar en soms heeft iemand een neutraal t-shirt aan. En soms, als je het pipetje boven iemands haar houdt, ziet de foto er ineens neutraal uit. Af en toe neem ik een grijskaartje – een van Lastolite – mee en dat fotografeer ik dan op het podium. Of in de kleedkamer met tl-licht, waar ik dan mijn lastolite fotografeer. Soms mis je dan de sfeer van het oorspronkelijke licht lampen, maar dat is betrekkelijk: als je de foto later terugziet, weet je toch niet meer precies hoe dat licht was en dan erger je je alleen maar aan de rare huidtinten. Door het aanpassen van de witbalans wordt het vaak een wat aantrekkelijker beeld, wat neutraler. Je Je moet daar niet te ver in gaan, want dan worden het een soort daglicht portretten, waarbij alle sfeer van het oorspronkelijke licht is verdwenen. Je moet er een beetje mee schuiven.’

Opera Arminio, Combattimento Consort. Canon EOS 5D • ISO 1600 • f/5.6 • 1/200 @ 155mm. © Hans Speekenbrink.
Opera Arminio, Combattimento Consort. Canon EOS 5D • ISO 1600 • f/5.6 • 1/200 @ 155mm. © Hans Speekenbrink.

Heb je nooit problemen met artiesten die niet gefotografeerd willen worden?
‘Ik heb een hele mooie foto van John Zorn, waar ie zo recht in mijn lens kijkt en doet van wegwezen! En als de fotografen dan weggaan zegt Zorn tegen het publiek: you give them an inch and take take a mile! Maar in het algemeen vallen de problemen met de artiesten wel mee. Sommige artiesten zijn vervelend, maar de meeste niet. Soms halen artiesten ook wel trucjes uit met fotografen. Bij een optreden van E.S.T. mocht je bijvoorbeeld alleen fotograferen bij het derde en vierde nummer en ze speelden maar twee, heel lange, nummers. Of je krijgt een plek waar vanaf je amper goede foto’s kunt maken zoals ik had bij Joe Jackson. En bij Marianne Faithfull mocht je alleen aan de zijkant fotograferen. Hoe groter de artiest, hoe moeilijker ze soms kunnen doen. Wat portretrecht betreft ga ik er vanuit dat iedereen die op het podium staat ook gefotografeerd mag worden. Ik heb wel eens een mailtje gekregen van een actrice die vroeg of ik een foto van mijn site wilde halen, omdat ze vond dat ze niet echt mooi op een foto stond en dat doe ik dan. Je moet ook een beetje goede vrienden blijven.’

Roy Haynes tijdens North Sea Jazz 2009 Canon EOS-1D Mark III • ISO 3200 • f/3.2 • 1/60 @ 95mm. © Hans Speekenbrink.
Roy Haynes tijdens North Sea Jazz 2009 Canon EOS-1D Mark III • ISO 3200 • f/3.2 • 1/60 @ 95mm. © Hans Speekenbrink.

Is het moeilijk om tussen andere fotografen die staan te dringen een goede foto te maken?
‘Het varieert heel sterk. Ik heb wel musicals gefotografeerd voor Cultuurpodium en dat daarbij dertig fotografen stonden te dringen – de bekende papparazzi’s – en waar je ellebogen krijgt, waar je wordt weggeduwd of waarbij iemand ineens voor je neus gaat staan, dat zijn het meest nare ervaringen. Ook bij North Sea Jazz sta je ook tussen 20, 30 fotografen, hoewel het daar meestal wat gemoedelijker gaat. Je moet altijd op zoek naar een goede plek. Bij Jamie Cullum in Gent was het dringen. Bij het fotograferen van iemand achter de piano, zoals Cullum, is er maar een heel kleine hoek waarbij je goede foto’s kunt maken: in het verlengde van het keyboard sta je dan het best, en dan moet je niet ineens een telelens tegen je oor krijgen. Ik ga wel voor een goede plek. Je moet er op tijd zijn en je moet dan meteen een goede plek zoeken. Ik ga voor mijn shots, en houd wel rekening met andere fotografen, maar je moet geen tweede viool gaan spelen. Dat je denkt: hij stond er al. Fotografen kunnen aardig zijn, maar als je aan het fotograferen bent, gaat iedereen voor zijn brood.’

Andrés Marín op de Flamenco Biennale. Canon EOS 5D • ISO 3200 • f/2.8 • 1/50 @ 75mm. © Hans Speekenbrink.
Andrés Marín op de Flamenco Biennale. Canon EOS 5D • ISO 3200 • f/2.8 • 1/50 @ 75mm. © Hans Speekenbrink.

Moet je van muziek houden om het goed te kunnen doen?
‘Ik ken een fotgraaf die gespecialiseerd is in balletfotografie, maar die niet van ballet houdt, en die wel hele mooi balletfoto’s maakt. Mij helpt het in ieder geval wel dat ik van muziek houd. Het mooie van het fotograferen van muzikanten toch dat je allerlei rare koppen met mooie expressie ziet, met mooie uitdrukkingen. Het gaat erom dat je het mooie in iemands hoofd ontdekt.’

De sites van Hans Speekenbrink:
www.hansspeekenbrink.nl
www.cultuurpodium.nl
www.jazzpodium.nl

Ceumar. Canon EOS-1D Mark III • ISO 1600 • f/4 • 1/125 @ 195mm. © Hans Speekenbrink.
Ceumar. Canon EOS-1D Mark III • ISO 1600 • f/4 • 1/125 @ 195mm. © Hans Speekenbrink.

De volledige inhoud is © 2014 Hans Frederiks, tenzij anders aangegeven.

Phil Clevenger, ontwerper interface Lightroom

In 2007 was Lightroom nog een ‘jonge’ applicatie, met een interface die vernieuwend was. Telefonisch kon ik vanuit Amsterdam Phil Clevenger interviewen, die aan de basis stond van die interface. Het interview verscheen in 2007 in Dzone 117. (Bovenstaande foto: ©George Jardine.)

‘We wilden complexiteit verbergen’

Een van de meest vernieuwende gebruikersinterfaces van de laatste tijd is die van Adobe Photoshop Lightroom. De interface is uiterst rustig en helder en richt zich meteen op de taak die je wilt verrichten. Foto’s van je camera halen, ze sorteren in een module, ze ontwikkelen in een andere module, printen in weer een andere module. Heel andere koek dan interfaces met paletten en dialogen die je van je werk afleiden. Dzone sprak met Phil Clevenger, die verantwoordelijk is voor het ontwerp van de interface van Lightroom.

Hoe ben je verzeild geraakt in interfacedesign?
‘Begin jaren negentig maakte ik kennis met Kai Krause. Die was bezig met zijn eerste product, Kai’s Power Tools (KPT, een beroemde serie filters voor Photoshop, HF). Hij vroeg of ik met hem wilde samenwerken. Kai veranderde met zijn innovatieve interfaces de verwachtingen die mensen in die tijd hadden. Het eerste programma waarvoor we de interface gingen maken, was Live Picture. Ik wist niets van interfacedesign. Ik dacht dat er een vaste manier van werken was en dat er van tevoren een plan was, maar dat was helemaal niet het geval. We gingen aan tafel zitten. Hij rolde een groot vel papier uit dat de hele tafel bedekte. We pakten pennen en potloden en Kai zei: “Wat zullen we doen?” We bedachten die interface vanuit het niets. Ik vond het leuk om te doen, dus dankzij Kai Krause ben ik in interfacedesign verzeild geraakt.
Ik was productmanager voor KPT Bryce. We waren naar Parijs gegaan om met ontwikkelaar Eric Wenger te gaan werken, omdat die niet naar de VS wilde komen. Ik was er dus om met Eric te werken. Maar als Kai naar bed was ‘s avonds, zat ik aan de interface te werken. Als Kai de volgende ochtend weer wakker was, zei hij: “Wat is dit?” Ik zei dan dat ik dat gemaakt had. Hij keek er dan een beetje peinzend naar en zei: “Hmm, ik vind het leuk.” Zo bleven we bezig. De tweede versie van KTP Bryce was het eerste product waaraan ik heb gewerkt als interfacedesigner.’
Continue reading Phil Clevenger, ontwerper interface Lightroom

De studio van Zender

De werktafel, het bureau, de studio, de werkomgeving van een creatief ziet er vaak bijzonder uit. Soms strak, soms chaotisch, vaak met veelzeggende details. Elke Dzone leggen we zo’n studio vast. Deze keer de studio van Zender.

Zender is een creatieve duizendpoot. Bij veel mensen is hij bekend als dj en organisator van onder andere De Nachtspelen & het Costa del Soul festival op Blijburg. Maar ook als vormgever en eigenaar van KGB (Kreativ Graphik Buro), waar hij campagnes ontwerpt en verzint voor festivals als Day at the Park, Snowbombing, Amsterdam Open Air, Dance Valley, Electronic Family en een rits andere. Zijn meer zakelijke kant wordt vertegenwoordigd door zijn agentschap Artbox. Afgelopen tijd maakte hij klussen voor Perry Sport, Toyota, MTV, Pall Mall, Laidback Luke en Monsters Ball.
Zender (36 jaar) werkt momenteel tijdelijk vanuit huis. Hij is net terug uit New York, waar hij samen met zijn Team Amsterdam was uitgenodigd na het winnen van Secret Wars, een grote Europese street-art wedstrijd. ‘Mijn roots liggen in de graffiti, maar afgelopen jaren ben ik behoorlijk in het grafisch vormgeven gedoken. Na deze reis heb ik vreselijk veel zin om de andere kant weer eens op te pakken.’

www.behance.net/zender
www.zender.nu

De studio van Zender verscheen in 2011 in Dzone 137.

De volledige inhoud is ©2014 Hans Frederiks.

De studio van Booyabase

De werktafel, het bureau, de studio, de werkomgeving van een creatief ziet er vaak bijzonder uit. Soms strak, soms chaotisch, vaak met veelzeggende details. Elke Dzone leggen we zo’n studio vast. Deze keer de studio van Booyabase.

Remko Koopman alias Booyabase is grafisch ontwerper en beeldend kunstenaar. Zijn werk is een mix van toegepaste grafische vormgeving, illustratie en autonome schilderkunst. Koopman is in 1998 afgestudeerd als grafisch en typografisch ontwerper aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. Zijn werk kenmerkt zich door een retro-futuristische beeldtaal met een technisch karakter. Studio Booyabase heeft gewerkt voor onder andere Museum Boerhaave, Technische Universiteit Eindhoven, Gemeente Zwolle, Nuon, Eneco, Woonbron, Créme Organization, Kraak & Smaak, TJUNK en Stadsuitgeverij Amsterdam. Samen met kunstenaar Tamme de Boer vormt Koopman tevens Kunstcollectief Booyabase. Door elementen te mixen uit streetart, schilderkunst en grafische vormgeving heeft het duo een herkenbaar eigen handschrift weten te ontwikkelen. Het collectief is gespecialiseerd in muurschilderingen in de openbare ruimte. Daarnaast schilderen Koopman en De Boer traditioneel op canvas. Hun werk kenmerkt zich door een post-apocalyptische beeldtaal van vervallen fabrieken, machines en desolate industriegebieden. Booyabase levert regelmatig een bijdrage aan festivals, kunstmanifestaties en exposities in galeries en musea.

Contact: Remko Koopman, 06-20497161, e-mail: remko@booyabase.nl, www.booyabase.nl, Facebook: Booyabase

De studio van Booyabase verscheen in 2012 in Dzone 141.

De volledige inhoud is ©2014 Hans Frederiks.

Tekst, training en fotografie