Russell Brown: ‘Oh nee!! Een toekomstvraag! Tot ziens! Fijn met je gesproken te hebben!’

Dit interview met Russell Preston Brown maakte ik in 2010 en het verscheen in Dzone 133.

Russell Preston Brown, Senior Creative Director bij Adobe, was een paar dagen in Nederland om op te treden tijdens de keynote van Adobe User Group XL in Amsterdam en daar ook nog wat Photoshop-sessies te geven. Voorafgaand aan XL bezocht hij Volendam, Kinderdijk, het Fanggggooggg-museum en sprak hij met Dzone. Een variëteit aan onderwerpen passeerde de revue: zijn voorvaderen, Atari, de beide oprichters van Adobe John Warnock en Chuck Geschke, PostScript, de LaserWriter als beeldscherm en natuurlijk zijn liefde, Photoshop. Als je Russell Brown niet kent, kijk dan vóór het lezen van dit interview eerst maar eens op www.russellbrown.com of op adobe.tv en zie zijn hilarische, maar handige en leerzame Photoshop-tips. Het interview verliep ook als een Russell Brown-show…

Voor we echt aan het interview beginnen, praten we over van alles en nog wat. Over publiceren op de iPad bijvoorbeeld, waarover hij zegt: ‘Er komt een stoomwals aangerold met al die digitale publicaties en als je niet meedoet, worden we allemaal verpletterd.’ We hebben het over Adobe en Microsoft en Expression Studio als een soort creatieve suite en hij vraagt: hoeveel Microsoft-producten heb je gebruikt om Dzone te produceren? Eentje, antwoord ik naar waarheid: Microsoft Word. ‘Dat moet kunnen’, vindt hij.

_DSC7748

Hij wordt serieus. Nou ja, serieus. Hij vindt Nederlands een taal die ergens tussen Duits en Zweeds zit. Hij richt zich naar mijn opnameapparaatje en zegt: ‘Kennen jullie mensen die Knickerbocker heten? Is dat een bekende naam hier in Holland? Er is mij verteld dat ik van mijn vaders kant Nederlands ben. Hun naam was Knickerbocker, ze kwamen omstreeks 1900 naar de VS. Ik wil graag bewijzen dat ik half Nederlands ben…’
Kim van Bokhoven, pr-manager van Adobe die bij het interview zit, en ik kijken wat glazig naar hem en ik mompel een beetje ongelovig Russell Preston Knickerbocker voor me uit. Later zoek ik het op in Wikipedia en zie ik dat er inderdaad immigranten waren uit Nederland met de naam Knikkerbakker, wat later werd verbasterd tot Knickerbocker. Nu ja. Russell Knikkerbakker. Klinkt goed.
Hij richt zich weer tot de microfoon:
‘Nu ik toch in Amsterdam ben: mijn vaders vader was Nederlander!’

_DSC7731

Van Atari naar Adobe
Hij praat rustig verder. Ik hoef nog geen vragen te stellen: ‘Ik was hier dertig jaar geleden al een keer toen ik voor Atari werkte. Ik moest aan de pers drukwerk controleren voor de handleiding van een van de spelletjes voor Atari. En waarom werd het hier gedrukt? We hadden overal ter wereld gezocht, maar dit was de goedkoopste drukker om miljoenen spelletjeshandleidingen te drukken, voor Packman, Centipede en Joust. Van 1982 tot 1984 werkte ik voor Atari. Ik maakte displays voor winkels om de aandacht te trekken van 14- tot 16-jarigen, om ze geïnteresseerd te krijgen in Atari-spelletjes. Nu heb ik zelf kinderen in die leeftijd en probeer ik ze tegen te houden om zich op videospelletjes te storten.’
‘Toen Atari werd verkocht en alle ontwerpers eruit werden gegooid, ging ik voor Apple werken als freelance grafisch ontwerper. Mijn latere vrouw heeft me daar nog aangenomen. Het was omstreeks 1984, in de tijd van de Lisa-computer en de Apple LaserWriter. Toen begon er net een klein bedrijf met de naam Adobe. De artdirector bij Apple, Tom Hughes, zei tegen me: “Ik heb een baan aangeboden gekregen bij een start-up company, Adobe, maar ik heb die baan niet genomen. Ik blijf liever bij Apple, jij moet die baan nemen!” Maar ik stribbelde tegen. Ik wilde helemaal niet bij zo’n klein bedrijf gaan werken. Er werken maar dertig mensen! Ik werk bij Apple! “Vertrouw me nou maar”, zei hij. Dat heb ik gedaan en het was de beste stap die ik ooit heb gezet. Ik was daar de eerste artdirector en maakte de verpakkingen voor de PostScript-fonts die Adobe ging verkopen. En ik maakte er een magazine Colofon over de nieuwe technologieën van Adobe.’

‘Als we alleen maar zeggen dat we iets uit Photoshop willen halen, krijgen we een stortvloed van protesten’

‘Ik maakte Colofon rechtstreeks in PostScript. Er was nog geen PageMaker of Illustrator, je schreef in een tekstverwerker, daarna zat je in een terminal waar je om de teksten heen de PostScript-code plakte. Je kon dus op het scherm niet zien hoe de de pagina eruit zou zien. Elke verandering printte je naar de LaserWriter en pas dan zag je wat je had gedaan. Als je de interlinie aanpaste: een print. Een andere corpsgrootte: een print. Mijn scherm was een stuk papier! Waanzinnig, niet? Het was een wonderbaarlijke tijd. Daarna kwam PageMaker, ik ging voor Adobe steeds meer presentaties doen, over Type, PostScript en Illustrator. Toen kwam in 1990 Photoshop en veranderden mijn presentaties enorm. Ze werden steeds visueler. Ik werd meer een evangelist. Er waren veel meer getalenteerde ontwerpers bij Adobe en het geven van presentaties ging me veel beter af. Ik kon het publiek laten lachen.’
‘Chuck Geschke, een van de oprichters van Adobe, zei ooit: “Je bent met een presentatie succesvol geweest als je publiek drie keer heeft gelachen. Daar ben ik vanuit gegaan. En toen wilde ik ze vier, vijf keer laten lachen… Er is een keer geweest dat ik het publiek teveel wilde laten lachen. Mijn Photoshop-presentatie werd eigenlijk meer een cabaretvoorstelling. Teveel cabaret en te weinig informatie…’

_DSC7728

Heb je John Warnock en Chuck Geschke ervan moeten overtuigen dat ze Photoshop moesten kopen?
‘Zo gaat het verhaal in ieder geval… Laten we het daarop houden! Ik ben wel naar ze toe gegaan toen ik de demo had gezien van Photoshop en zei tegen ze: KOOP DIT! Maar ze hadden allang besloten dat ze het wilden kopen. Het was een onderdeel dat nog ontbrak bij Adobe: ze hadden Type, Illustrator en Photoshop hoorde daarbij.’

Wat waren de verwachtingen bij Adobe toen jullie Photoshop kochten?
‘Iedereen had er andere verwachtingen van. John Warnock had de visie van een grote publishingwereld, om alle elementen voor publishing binnen te halen. Wat ik zag bij Photoshop was: wow, dit is gereedschap voor mij! Het is gemaakt voor grafisch ontwerpers zoals ik en niemand anders. Ontwerpers zullen het gaan gebruiken. Ik had geen idee dat in de toekomst illustratoren of dokters het zouden gebruiken. Ik vermoedde wel dat op een dag ook fotografen het zouden gaan gebruiken, maar er waren toen nog geen digitale camera’s… Ik zag voor mezelf dat ik dankzij Photoshop nooit meer moest knippen en plakken in een lay-out.’

Photoshop is in de loop van de jaren steeds groter en groter geworden. En ingewikkelder…
‘Dat is het foute woord! Het is een geavanceerde applicatie geworden. Het is een gelaagde applicatie met heel veel gereedschappen, en soms, als je het voor het eerst ziet, heeft het misschien wel heel veel gereedschappen voor de beginnende gebruiker. Hoe zou je kunnen leven zonder de verschillende selectiegereedschappen, zonder content aware fill of scale? Het maken van een selectie vraagt ook om geavanceerde gereedschappen. Voor degenen die dat niet nodig hebben, is er Photoshop Elements. Dat brengt de complexiteit terug naar een gebruikersvriendelijke manier van werken.’

Je kunt dus ook geen onderdelen uit Photoshop halen, omdat ze overbodig geworden zijn…
‘Ja, is dat niet waanzinnig! Als we alleen maar zeggen dat we iets uit Photoshop willen halen, krijgen we meteen een stortvloed van protesten. Iemands werk hangt soms af van een bepaalde mogelijkheid in Photoshop! Dus daar moeten we erg voorzichtig mee zijn.’

Neem de toverstaf. Er zijn inmiddels veel betere selectietechnieken. Toch zit ie er nog steeds in.
‘De toverstaf… Heel soms gebruik ik de toverstaf nog wel eens. Ik dacht zelf meer aan het extractfilter, waarmee je maskers kon maken en waarvoor de maskingtools in de plaats kwamen. Toen we dat hadden verwijderd, kregen we heel veel klachten. Nu kun je het downloaden en het zelf installeren als je het wilt gebruiken. Misschien kun je die mensen er langzaam van overtuigen dat ze de nieuwe gereedschappen moeten gaan gebruiken. Er zijn mensen die zich vasthouden aan het verleden en die gebruiken de basic gereedschappen. Ik kijk soms mee hoe mensen werken en dan denk ik: waarom doe je dat zo? Dat kan veel makkelijker met lagen! Maar ze krijgen hun werk klaar met de gereedschappen die al in Photoshop 2.0 zaten.’

We dwalen af. Hij vertelt over een souvenirwinkel waar hij prentbriefkaarten zag met afbeeldingen van landschappen waar telkens een en dezelfde molen in werd gebruikt en nog lelijk gephotoshopped ook! En hij somt zijn programma voor de komende dagen op, waar naast een bezoek aan Kinderdijk ook een bezoek aan het FanKook-museum op het programma staat. Hij heeft, zoals zoveel buitenlanders moeite met de harde G. We oefenen nog even met het uitspreken van VanGoghMuseum en vervolgen het interview.


Russell Brown liet tijdens de keynote van Adobe User Group XL zijn geschiedenis van twintig jaar Photohop zien: een Photoshop Odyssey. Gereedschappen daarbij waren een overheadprojector met slides, een speelgoedmuis, zijn handen, schaduwen. Een vergelijkbare presentatie gaf hij eerder bij de viering van twintig jaar Photoshop. Je vindt hem HIER.

Wat denk je dat de toekomst is...
‘Oh nee!! Een toekomstvraag! Tot ziens! Fijn met je gesproken te hebben!’

Valt er nog wel wat nieuws te bedenken om in Photoshop te stoppen?
‘Op MAX krijg je sneak previews over technieken en technologieën waar Adobe mee bezig is. Er was te zien dat je kleuren op je iPad-palet kon mengen en die rechtstreeks in Photoshop kon gebruiken. En vroeg je je vóór CS5 ook niet af of er nog wel iets nieuws in Photoshop gestopt kon worden? Nu heb je content aware fill… Wat er in een volgende versie zal zitten, zal je weer verbazen. Er zit gegarandeerd een hoe heb ik het ooit zonder kunnen doen-feature in. En nog wat: Flash is not dead!!’

Wil je het over Flash hebben?
‘Nee, nee, ik wil alleen zeggen dat het allemaal een hoax is, een grap van een heer uit Cupertino. Ik zou de wereld wel eens willen zien zonder Flash! HTML5 is interessant, en wij maken de beste gereedschappen die de markt nodig heeft.’

Terug naar Adobe. Je werkt er nu 25 jaar. Adobe is in die tijd erg gegroeid…
‘In het begin kende ik iedereen. Ik was employee nummer 38 en ik had een sollicitatiegesprek met iedereen, omdat ik de eerste artdirector en niet-programmeur bij Adobe zou zijn. Ik moest mezelf bewijzen. Ik was voor zes maanden op proef, iets wat tegenwoordig niet eens meer mag. Ik mocht blijven omdat ik wat PostScript-code kon schrijven en toen vonden ze me wel oké. Ik probeer nu niet alles te weten wat er omgaat bij Adobe. Ik isoleer mezelf in een kleine groep, in het marketingteam van Photoshop. Dat is een beheersbare wereld voor me. Als ik zou willen begrijpen wat er in het hele bedrijf omgaat, zou mijn hoofd uit elkaar ploffen. Ik heb die 25 jaar overleefd door klein te blijven, maar groot te denken! Zo. Dat klinkt goed! Ik zal nooit met pensioen gaan. Ik sprak met Chuck Geschke op Adobe MAX. Ik zei tegen hem: “Chuck, ik ben blij dat ik nog steeds bij Adobe kan blijven werken”, en hij zei: ”Jij bent onderdeel van Adobe en jij gaat er nooit weg. We willen je hier altijd houden!” Ik herhaal nog even: Russell Brown is een instituut en onderdeel van Adobe en hij mag nooit weg! Chuck Geschke heeft dat gezegd…’

‘Flash is not dead, dat is allemaal een grap van een heer uit Cupertino’

Wat vind je van het huidige Adobe, met onderdelen als Lifeycle, Enterprise-oplossingen en…
(Quasi-verbaasd) ‘What’s Enterprise? Hier is Photoshop! En daar heb je een beetje Illustrator! We zijn een erg groot bedrijf en we doen ons best om ons aan te passen aan wat de huidige markt vraagt. De dingen veranderen heel snel. Microsoft was jarenlang de leider en nu: Microsoft who? Ik ben geen goede expert om te bepalen hoe we de zaken bij Adobe moeten leiden. Ik heb geen verstand van marketing. Ik kwam bijvoorbeeld met de geniale naam Illustrator 88, dat uitkwam in 1989! Ik heb tijdens een marketingmeeting gezegd dat het maken van een Creative Suite een stom idee is en dat we dat nooit zouden moeten doen. Maar we deden het toch en het was enorm succesvol. Daarom moet je mij deze vraag niet stellen. Ze weten het zelf het beste. Ik ben Photoshop-evangelist en that’s it!

_DSC7736

De volledige inhoud is © 2014 Hans Frederiks, tenzij anders aangegeven.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.