Ton Frederiks: ‘Adobe was in technologie én marketing de meerdere van de concurrenten’

Voor Publish nr. 3 van dit jaar interviewde ik Ton Frederiks van Adobe. Hierbij het volledige, niet ingekorte interview.

Ton Frederiks is meer dan 25 jaar het gezicht geweest voor Adobe Benelux bij demo’s en seminars en met talloze tutorials en workshops. Hij liet met honderden demonstraties zien wat er nieuw was in onder andere Illustrator, Photoshop, After Effects, een groot deel van de applicaties uit wat nu Creative Cloud heet. Elke lezer van Publish heeft hem wel eens een demo zien doen, in zijn rustige – laid back – stijl. En na zo’n demo stond hij geduldig gebruikers te woord, met welke vraag dan ook. Nu komt daar een eind aan, hij gaat met pensioen.
Ton schetst aan de hand van een stel steekwoorden die Publish hem voorlegt, de geschiedenis van de DTP, van Adobe én van hemzelf natuurlijk.

Gerrit Rietveld Academie
‘Daar heb ik de opleiding grafisch ontwerpen/illustratie afgerond. Ik werkte een tijd lang als illustrator, bijvoorbeeld voor de VPRO-gids, de Nieuwe Linie, ik illustreerde een kinderboek – De Vis en de jongen – van Dolf Verroen en ik maakte ook schilderijen.’

Commodore 16
‘Techniek fascineerde me al erg lang. Ik bouwde toen ik 10 of 11 jaar was onder andere de jampot radio, het schokapparaat en de natte luiermelder, allemaal ontwerpen uit Radio Blan, een blad voor de jonge ‘electronicahobbyist’. Google daar maar eens op.
Met de Commodore 16 kwam ik voor het eerst in aanraking met een computer. Een erg leuk apparaat. Je kon er zelf op programmeren, tot en met machinetaal aan toe, wat ik ook wel heb gedaan. Het gaf je een idee hoe een computer diep van binnen werkt. Er waren allerlei leuke applicaties voor, bijvoorbeeld Psychedelica, waarmee je allerlei bewegende kleuren en patronen kon genereren.’

MacPaint

Piet Vonk
‘Bij Piet Vonk en zijn bedrijf MacVonk zag ik voor het eerst een Macintosh, PageMaker en de LaserWriter. Ik vond het fantastisch dat je zonder dat je afhankelijk was van een externe zetter, pagina’s kon opmaken. Maar ik vond ook MacPaint en MacDraw erg leuk, het waren primitieve tekenprogramma’s, maar wat je er mee kon was een wonder. MacVonk leverde in die tijd alle belangrijke applicaties: PageMaker, Fontographer – waarmee je zelf fonts kon ontwerpen – en later ook Illustrator en ook Quark XPress.’

Pagemaker

PageMaker
‘Daar heb ik op de Macintosh Plus mooie dingen mee gemaakt – de Lotus Guide to 1,2,3 – een boek van een dikke vierhonderd pagina’s, daar droom ik nog wel eens van. PageMaker was het eerste wysiwyg opmaakprogramma voor de Mac. In één document kon je 16 pagina’s tegelijk opmaken. Dat Lotus-boek bestond dus uit tientallen losse documenten. Als er verloop kwam bij correcties, had je een enorm probleem, het ene document liep over naar het andere. Je moest het allemaal handmatig aanpassen, dat soort verloop viel bijna niet op te lossen. Daarnaast had PageMaker de gevreesde bug ‘Cannot turn page’ waarbij je in een document niet meer naar de volgende pagina kon komen en die bug dook meestal op als je aan het corrigeren was. Cannot turn page heeft er nog jarenlang ingezeten… Het maken van dat boek was een nachtmerrie, maar het was wel een revolutie.’

Imagestudio
‘Je had in 1987 ImageStudio en later ColorStudio, de eerste applicaties voor beeldbewerking. Photoshop bestond nog niet. Er kwamen in die tijd beeldschermen op de markt die 256 grijswaarden konden tonen, daarvoor was alles puur zwart/wit, pixel aan of pixel uit. Een plaatje werd toen op het scherm geditherd om grijswaarden te simuleren. Het was een wonder om een foto in grijswaarden op het scherm te kunnen zien. ImageStudio was de eerste applicatie die dat kon. Er kwamen toen ook scanners – bijvoorbeeld de Agfa Focus, die in eerste instantie 16 grijswaarden en later 256 grijswaarden kon scannen. Je moest leren wat resolutie was, scan- of uitvoerresolutie, je wist in die tijd nog niks.’

Illsutrator-disk-front

Illustrator
‘De basis van de eerste versie van Illustrator was dat je er een scan in binnen kon halen – in puur geditherd zwart wit MacPaint-formaat – en dat je die handmatig kon overtrekken. Dan kreeg je een vector-bestand in PostScript-formaat. Later, in Illustrator 88 met Streamline kon je dat geautomatiseerd doen. Het bijzondere van Illustrator was dat je er heel precies mee kon tekenen. De eerste versie was natuurlijk beperkt, maar gaf wel aan wat er in de toekomst mee zou kunnen. Je kon in die eerste versie wel kleur aangeven, maar je kon het nog niet zien. Als je er kleurscheidingen mee wilde maken, dan moest dat met de hand, voordat Adobe Separator op de markt kwam. Kleur was een groot probleem voor PostScript. De manier van separaties maken was door een patent beschermd. De kleurseparaties die we toen maakten hadden nogal vaak last van moiré, later is dat allemaal wel opgelost.’

Adobe
‘Ik was bij Piet Vonk gaan werken en die distribueerde naast PageMaker en Image- en ColorStudio ook de Adobe-applicaties in Nederland. Hij had alles voor desktop publishing in huis, de software en de hardware, de scanners, de Macintoshes en de Linotronic 100 zetmachine, die als eerste opgemaakte pagina’s vanuit de Mac kon belichten. Ik deed allerlei demo’s in Nederland en België met de software en de scanners en ik liet Illustrator zien, het eerste PostScript-tekenprogramma.
In het land der blinden is eenoog koning en ik was in Nederland eenoog, een van de weinigen die met Imagestudio en ColorStudio kon omgaan. Adobe Europe zat in die tijd in Amsterdam en Karin van Warmerdam, die verantwoordelijk was voor de distributeurs in Europa, kwam nogal eens bij MacVonk en die vroeg of ik bij Adobe wilde komen werken om Photoshop te ondersteunen.’

Photoshopscreenshot1

Photoshop
‘Photoshop was in eerste instantie niet veel meer dan software bij een diascanner, de Barneyscan. Maar de twee broers die deze software maakten, de broers Knoll, gingen er mee de boer op, ze wilden er veel meer mee en hadden daar een goede partij voor nodig. Ze hebben het aan Adobe in eerste instantie in licentie gegeven, later hebben ze het pas verkocht aan Adobe. Als je ColorStudio en Photoshop toen met elkaar vergeleek, dan was ColorStudio mijlenver vooruit, maar Adobe was een veel interessanter bedrijf dan Letraset, dat ColorStudio in handen had. Ik had veel meer vertrouwen in wat Adobe ging doen, Ik had gezien wat ze met PostScript hadden gedaan, Adobe bleek in technologie én marketing de meerdere van de concurrenten.’

‘En Adobe was veel beter als het op de gebruikersinterface van applicaties aankwam’

‘En Adobe was veel beter als het op de gebruikersinterface van applicaties aankwam. De gebruikersinterface van ColorStudio was soms onbegrijpelijk en ingewikkeld. Als je in een of andere dialoog een vinkje had gezet, dan had je kans dat je daar, als je die dialoog had weggeklikt, ergens anders last van had en dat je die dialoog weer met moeite moest opgraven uit de interface, als je die dialoog überhaupt nog kon vinden. Adobe deed dat veel beter.’

Demo’s
‘Demo’s vond en vind ik altijd erg leuk om te doen. Ik heb altijd geprobeerd om de demo’s netjes te doen: geen commerciële blabla, maar te zorgen, dat ik, als ik iets ging demonstreren, wist wat het programma inhield. Ik heb genoeg demo’s gezien van mensen die geen idee hadden wat ze aan het demoën waren, maar alleen een scriptje uit hun hoofd hadden geleerd. Ik wilde altijd weten wat een applicatie kon en wat de beperkingen waren. Je moet het niet mooier maken dan het is, dat krijg je later echt weer op je brood.’

PDF
Hoewel er in eerste instantie vreemd werd gereageerd op Acrobat en PDF, zag ik heel duidelijk de mogelijkheden die het had. Bij Adobe wisselden we heel veel verschillende soorten bestanden uit, bijvoorbeeld Word-bestanden. Er werkten mensen op Unix-machines, op PC’s op Mac’s en dan kreeg ik vaak een Word-bestand dat ik op mijn Mac niet kon openen. Ik vond het niet moeilijk om te zien wat de meerwaarde van Acrobat was. Ingewikkelder bestanden uit paginaopmaak applicaties, zoals PageMaker of Quark XPress, als je die wilde doorgeven moest je die eigenlijk eerst printen en dan per fax versturen om onafhankelijk van het oorspronkelijke bestandsformaat een eindresultaat te kunnen weergeven.’

‘Het was aan de buitenwereld erg moeilijk uit te leggen dat PDF een universeel formaat was voor uitwisseling van bestanden’

‘Het was aan de buitenwereld erg moeilijk uit te leggen dat PDF, wat staat voor Portable Document Format, een universeel formaat was voor uitwisseling van bestanden. Je kon je toen niet voorstellen dat PDF het bestandsformaat zou worden om bij de drukker aan te leveren. Het grote probleem bij het aanleveren bij de drukker was dat je alle verschillende onderdelen van de opmaak – fonts, beeld, enzovoort – bij elkaar moest scharrelen en dan hopen dat je alles had geleverd, PDF loste dat allemaal voor je op.

PDF/X-4
‘Het is vreemd dat er zo conservatief nog gewerkt wordt met PDF/X-1a. Heel veel drukkers hebben apparatuur in huis waarvan ze slechts een fractie van de mogelijkheden gebruiken. Ze werken nog steeds met platte, maar CMYK omgezette bestanden waarbij alle transparantie eruit is gehaald, terwijl dat helemaal niet nodig is. Die drukkers kunnen met hun apparatuur prima met transparantie in de opmaak werken, met RGB in de opmaak, en ze kunnen allerlei manipulaties doen om het drukwerk op het laatst nog te optimaliseren, veel kleinere bestanden, met veel snellere rip-tijden, dan wat ze nu doen, als ze maar met PFD/X-4 zouden werken. Ze zijn conservatief: ze hebben de meest fantastische apparatuur in huis, maar durven er slechts een fractie van te gebruiken.’

Ton_Frederiks

InDesign
‘Bij mijn tweede periode bij Adobe – ik was er een jaar tussenuit – werd me gevraagd me vooral te concentreren op InDesign, wat toen net op de markt kwam. Dat was nodig, want Quark was de dominante factor bij paginaopmaak. PageMaker was inmiddels meer geworden tot een pakket voor kantoortoepassingen. Adobe had Aldus, de eigenaar van PageMaker overgenomen, maar de belangrijkste reden voor die overname was dat Aldus al bezig was met het ontwikkelen van InDesign. PageMaker viel niet om te bouwen tot een modern opmaakpakket. InDesign werd van de grond af nieuw opgebouwd. Je heb een basisomgeving in InDesign en daarom zitten allemaal plug-ins. Alles is een plug-in in InDesign. Daarom is het nog steeds zo makkelijk uit te breiden. DPS in InDesign, om apps mee te maken, is ook een plug-in. Het is nog steeds een heel moderne applicatie. InDesign heeft uiteindelijk in razend tempo Quark verslagen.’

Creative Cloud
Het is nu het juiste moment voor de Creative Cloud. Als je ziet hoe snel de ontwikkelingen gaan. dan wil je niet meer anderhalf tot twee jaar wachten totdat er een nieuwe versie van een applicatie uit is. Met de nieuwste Creative Cloud-versie van Photoshop krijg je een hele mooie 3D-print-optie. 3D-printen is een grote nieuwe ontwikkeling, je moet niet een tijd wachten totdat je er wat mee kunt doen. En kijk naar het publiceren naar tablets. De apps zijn interactief en daarin komt van alles amen, video, animaties, geluid, daar is de Creative Cloud een hele mooie kleurdoos voor.

Monopolist
‘Adobe was in het begin zeker geen monopolist. Toen Illustrator 88 uitkwam, was er ook de eerste versie van Freehand. Je had ColorStudio en Photoshop. Die applicaties stimuleerden elkaar enorm. Dan kwam er een nieuwe versie van Freehand en daar zaten dan leuke nieuwe mogelijkheden in, die je ook in Illustrator wilde hebben. In de volgende versie van Illustrator zag je dan wel soortgelijke mogelijkheden. En het was ook omgekeerd natuurlijk. Dat gold natuurlijk ook voor beeldbewerkingssoftware. In die tijd lagen ImageStudio en ColorStudio mijlen ver voor op Photoshop. ColorStudio was een superprogramma. Je kon in ColorStudio bijvoorbeeld al een vectorlaag bovenop je pixeldata gebruiken. Je kon filters die zelf maken en er zat al op CIE-gebaseerd kleurmanagement in en dat duurde nog lang voordat kleurmanagement in Photoshop kwam.’

‘Fotografen hebben niets meer te klagen: ze kunnen voor rond een tientje per maand aan het werk met Lightroom én Photoshop’

‘Maar nu vinden mensen Adobe een monopolist. In Nederland vallen die klachten erg mee. Ik hoor van veel mensen dat ze enthousiast zijn over de Creative Cloud. Dat ze niet meteen grote bedragen hoeven uit te geven en nu veel applicaties tot hun beschikking hebben. Degenen die monopolist roepen, zijn vaak de gebruikers van één applicatie. Fotografen bijvoorbeeld. Dat is deels misschien wel zo, maar er zijn ook veel fotografen bezig met websites, met video-bewerking, met boeken. Maar die fotografen hebben niets meer te klagen: ze kunnen voor rond een tientje per maand aan het werk met Lightroom én Photoshop. Als je beroepsfotograaf bent, zelfs als je hobbyist bent, kun je toch wel een tientje per maand uitgeven?’

Pensioen
‘Eind maart doe ik mij laatste demo’s. Dan krijg ik eindelijk de tijd om alles uit te proberen wat er in Creative Cloud zit! Ik ga ook niet alles uit mijn handen laten vallen en in een schommelstoel zitten. Ik ga er heel veel leuke dingen mee doen. Tutorials schrijven, kleine seminars geven, dat soort dingen. Dat 3D vind ik erg interessant. Alle dingen die ik niet leuk vind kan ik nu laten liggen, ik pik de krenten uit de pap. En ik heb eindelijk weer tijd om te gaan tekenen en schilderen, maar nu gecombineerd met digitale mogelijkheden.’

One thought on “Ton Frederiks: ‘Adobe was in technologie én marketing de meerdere van de concurrenten’”

  1. Ben achterstallig leeswerk aan het inhalen en heb ‘t hele interview hier ook even gelezen. Was toch verrast door enkele kleine maar saillante extra details. (Bijvoorbeeld dat het gemis aan kleur in Illustrator een patenten-kwestie was…) Dank !

Leave a Reply

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.