Bloedprikken in coronatijd

Vanwege redenen die er hier niet toe doen ging ik bloed laten prikken bij een bloedprikker vlak in de buurt, in plaats van bij de bloedprikkers in het AVL. Het ging om de jaarlijkse PSA-meting, controle, of de prostaatkanker zich koest houdt. Deze bloedprikker was vlakbij, dus lekker handig dacht ik. Ik zag er toch ook een beetje tegenop. Niet dat ik dat bloedprikken eng vindt, dat was het niet. Ik vroeg me af hoe dat bloedprikken in zijn werk zou gaan in de anderhalve-meter-wereld. Je kunt geen anderhalve meter afstand houden van iemand die je bloed moet prikken. Die zit vlakbij je en die zit aan je. Misschien had hij of zij zo’n coronapak aan. Ik zou wel zien.

Zombies…

Voor de deur bij de bloedprikkers stond een klein rijtje. Twee mensen voor me, dat viel mee. Er mochten drie mensen binnen zijn en die zaten er blijkbaar al. Vijf mensen voor me dus. Voor me stond iemand met een koptelefoon op, geheel in zichzelf gekeerd. Daar weer voor iemand die ook niet mijn kant op keek. Als je nu op straat loopt kom je twee soorten mensen tegen: zombies en gewone mensen. De zombies kijken niet op of om, kijken je niet aan en groeten je niet als je ze op anderhalve meter passeert. Van die anderen, de gewone mensen, krijg je een knik, een ‘goedemorgen’ of een glimlach. Nu ja, de rij bestond uit zombies. Continue reading Bloedprikken in coronatijd

Kussen, knuffelen, vastpakken of optillen… Niks van dat alles

Kussen, knuffelen, vastpakken of optillen. Het zat er vanmiddag allemaal niet in. Linda was jarig en Lisa en de jongens kwamen langs. Tiago vijf jaar, die weet dat je niet kunt knuffelen. Liam, één jaar, die heeft daar geen idee van.

Taart en Tiago…

Maar ze kwamen vanmiddag verjaardag vieren. Afstand anderhalve meter? Dat is moeilijk met kleine kinderen. Tiago weet het wel, maar wil toch graag dichterbij. Kietelen onder het dekbed, dat gaat dan nog wel. Liam, die aan mijn broek hangt, aan mijn been, aaah, die wil ik oppakken, die wil opgepakt worden. Maar ik wals met hem door de kamer, hangend aan mijn been. Leid hem af bij de piano, waar we samen op rammen.

Nog even kietelen onder het dekbed. Afscheid met groeten met de ellebogen. En daar gaan ze weer.

Vanmorgen, enigszins snotterend, naar de apotheek

Vanmorgen, enigszins snotterend, naar de apotheek. Corona, denk je misschien. Nee, gelukkig niet: de jaarlijkse allergie voor de berkenpollen. Je krijgt geen koorts, maar op dit moment voel je je een snotterende, kuchende paria.

Maar de wandeling was mooi. Langs het Entrepotdok hoorde ik de rode lemuren, lawaai – ruzie? – maken. Later langs Gideon Italiaander waar je een ‘multifunctionele doek’ kon kopen. Bij de apotheek was het om kwart voor negen rustig. Ik haalde mijn neusallerlgiemedicijnen op. Weg met de pollen. Bij thuiskomst fotografeerde ik de beertjes – we gaan op Berenjacht – van de buurvrouw en onze beertjes.

Later liep ik nog langs de volkomen verlaten Waterloopleinmarkt. Houd afstand, 1,5m. Geen mens te zien.