Het was altijd krap, maar altijd net genoeg

Bovenin de doos met allerlei spullen van mijn ouders lag een schrift met daarop M Curus B3 Rekenen, een schrift van mijn vader. Het is zijn schrift met sommen van de cursus voor het behalen van het Middenstandsdiploma.

Leeuwenberg Zonen’s IJzerhandel op de Groenburgwal. (Gescand van een menu bij een jubileum van de directeuren uit 1958.)

De eerste sommen dateren van 28 maart 1946. Of hij toen al iets met mijn moeder had? Geen idee. Wat ik uit zijn cursus wel begrijp, is, dat hij vooruit wilde komen in de wereld. Hij was toen al een tijd magazijnbediende bij Leeuwenberg Zonen’s IJzerhandel op de Groenburgwal en wilde iets anders. Geen arbeider meer zijn, maar misschien wel werken op een kantoor, een kantoorbediende. Ik weet het niet en kan het natuurlijk niet meer aan hem vragen. In dat schrift gaat het in eerste instantie over de sommen voor dat middenstandsdiploma wat hij wilde halen. Ik zie Omzet, Inkoop, Voorraad, Verkoop, Winst staan en de sommen die daarbij horen. Iemand heeft met rode pen de sommen nagekeken. Mijn vader had ze bijna altijd goed. 

De eerste bladzijde uit het schrift met de sommen.

Die sommen gaan over bedrijven die ver van zijn bed stonden. Een bedrijf met een jaaromzet van 62.400 gulden? Geen idee wat hij in zijn loonzakje kreeg als magazijnbediende, maar zo’n bedrag staat er ver vanaf. Op een gegeven moment gaat dat schrift met die nagekeken sommen over in een soort kladschrift, waar hij nog steeds wel bezig is met omzet, voorschot  enzovoort. Waarschijnlijk sommen die hij eerst probeerde uit te rekenen. Ze werden ook niet meer nagekeken.

De werkelijkheid van het gezin

Geen sommen meer over omzet en winst, maar over de kosten van een gezin.

En dan is er ineens de werkelijkheid van het gezin dat na 1948 ontstond. Jan Frederiks, Riet Sanders en inmiddels drie kinderen, Ton Hans en Rob. Hij was op eenzelfde manier aan het rekenen. Maar dan niet met fictieve omzetten en kosten maar met de inhoud van zijn loonzakje en wat er allemaal gekocht moest worden voor Jan, Riet, Ton, Hans en Rob. Voor Rob die blijkbaar net geboren was (1952) ging het om een bedje, lakens, sloopjes, dekens en een trappelzak. Voor mijn moeder ging het om een hoedje, om schoenen, een step-in, pantoffels en een jumpertje.

Doorgestreepte bedragen met de nieuwe, werkelijke kosten.

Ik zie hem woest bedragen doorstrepen: wol voor Hans, dat kostte geen 10 maar 20 gulden. Bij elk van die onderdelen staat een prijs, zodat hij kon optellen of hij met het geld wel uitkwam. De trappelzak kostte 6 gulden. Een overal voor mijn vader 16 gulden. Het schrift eindigt met een overzicht wat de familie Frederiks in het algemeen kwijt zou zijn. De vaste lasten. De bedragen staan er helaas niet bij, maar het ging om Het wit-gele kruis, de brandverzekering, de krant, het ziekenfonds, groenten, melk, kleding enzovoort. 1 × per drie maanden of per week, of per jaar… Zo zat hij altijd te puzzelen met zijn loon.

Altijd krap en net genoeg.
De vaste lasten.

Dat middenstandsdiploma heeft hij uiteindelijk gehaald. Het bracht hem jammer genoeg geen kantoorbaan. Hij bleef voor de rest van zijn leven magazijnbediende bij Leeuwenberg Zonen’s IJzerhandel. De berekeningen hoe hij met het geld elke maand kon uitkomen bleef hij wel zijn hele leven doen. Het was altijd krap, maar altijd net genoeg.

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.