Typex: ‘Voor sommige bands heb ik wel een veto, die wil ik echt niet meer tekenen’

Dit interview met Typex verscheen in 2013 in Publish.

Begin april, vlak voor de opening van het Rijksmuseum verscheen van de hand van illustrator Typex, Rembrandt, het verhaal van Rembrandts leven, verteld aan de hand van sleutelfiguren uit zijn leven. Het boek kreeg inmiddels veel lovende besprekingen. Typex illustreert voor talloze kranten en tijdschriften zoals Vrij Nederland, NRC, de VPRO-gids, Het Parool en de Volkskrant en is zo’n beetje de vaste illustrator voor Oor.
In dit interview voor Publish hebben we het over zijn liefde voor muziek, voor platenhoezen en over zijn manier van werken.

Met welke muziek ben je opgegroeid?
Typex: ‘Ik ben van de generatie David Bowie. Ik heb net weer een illustratie over hem gemaakt voor Oor.’

Wat was er nog meer voor muziek?
T: ‘Ik begon van muziek te houden toen ik een jaar of twaalf was (hij is nu 50 H.F.). Ik had gedeeltelijk de smaak van een paar jaar oudere buurjongen overgenomen. Van hem kreeg ik bijvoorbeeld Lou Reed en de Velvet Underground. Die laatste is altijd mijn favoriete band gebleven. David Bowie is trouwens ook nog steeds mijn ster.’

En ging je voorkeur bij de Velvets uit naar Lou Reed of John Cale?
T: ‘Vooral naar Lou, was Lou wás de Velvets. Bij David Bowie heb ik gekozen om fan te blijven, daar heb ik alles van gevolgd. Met Lou Reed en John Cale was voor mij op een gegeven moment de koek op. Ik vind het jammer als mensen muziek voor volwassenen gaan maken, muziek met diepe bedoelingen, en daar hadden ze allebei een handje van. Ik heb niks tegen diepere bedoelingen maar er moet niet een groot zwaailicht bijstaan dat aangeeft dat er diepere bedoelingen inzitten.’

Speel je ook een instrument?
T: ‘Alleen het potlood…’
Continue reading Typex: ‘Voor sommige bands heb ik wel een veto, die wil ik echt niet meer tekenen’

Bert Hagendoorn: ‘Goed werk moet wel onder de aandacht komen’

Dit interview verscheen in 2012 in Dzone 141.

Wie is Bert Hagendoorn? Hij was vijf jaar hoofdredacteur van Dzone, werkt sinds 2007 voor Adobe, is voorzitter van de Adobe User Group en is drie jaar geleden voor zichzelf begonnen. Bert is thuis in de creatieve industrie, hij kent de markt van creatieve, digitale en design bureaus als zijn broekzak. Als adviseur helpt hij bureaus zichzelf op de kaart te zetten. Want bureaus moeten met hun werk wel goed onder de aandacht komen.

Bert blogt ook bij Marketingfacts, DutchCowboys en NewWork, scout designers voor Kuvva en is jurylid van creatieve prijzen zoals SpinAwards en The FWA. Eerder werkte hij voor Satama en reclamebureau OER (beiden opgegaan in LBi Lost Boys) en voordat hij hoofdredacteur bij Dzone werd werkte Bert zelf als creatief: als webdesigner, vormgever en artdirector. En het is voor hem ooit allemaal begonnen met graffiti.

Bert: ‘Veel creatieven zijn met graffiti begonnen. Het komt neer op passie voor kleur, compositie en typografie. Ik zag dingen op de muur die ik geweldig vond en wilde dat iedereen dat ook kon zien. Ik kwam op het Grafisch Lyceum terecht en ging later werken bij bureaus. Daar waren ze al heel vroeg bezig met 3D. We maakten leaders voor TMF, interactieve cd-roms voor Hoogovens en de eerste websites. Na een aantal maanden gewerkt te hebben in Hongkong en Tokio als artdirector kwam ik bij Dzone, waar ik uiteindelijk hoofdredacteur werd. Ik schreef over het creatieve landschap, over wat bureaus maken, over designers en illustratoren, waardoor ik een groot netwerk opbouwde.’
Continue reading Bert Hagendoorn: ‘Goed werk moet wel onder de aandacht komen’

De studio van Moker Ontwerp

De Studio van Moker Ontwerp zit in een prachtig pand aan de Prinsengracht in Amsterdam.
De studio bestaat uit een tweetal grote ruimten. Moker Ontwerp wordt gevormd door Eric Huysen, Thomas Drucker, Henk van het Nederend en Chris Visser. Zij ontmoetten elkaar op de kunstacademie in Utrecht, waar ze illustratie en vormgeving studeerden. Hun illustraties en typografisch werk kenmerken zich door ouderwets vakmanschap, in allerlei technieken en stijlen. Hun verfijnde werk, geïnjecteerd met een vleug humor en geïnspireerd door de populaire cultuur, vindt zijn weg naar tijdschriften, reclamecampagnes en webgames. In het universum van Moker duiken vreemde wezens, ufo’s en aapjes regelmatig op.
www.mokerontwerp.nl

De studio van Joost Swarte

Joost Swarte (1947) publiceert in 1970 zijn eerste stripverhaal. vanaf 1971 werkt hij voor het grensverleggende striptijdschrift ‘Tante Leny presenteert’. Eind jaren zeventig tekent hij regelmatig omslagen voor de boekenbijlage van Vrij Nederland en voor het Belgische tijdschrift Humo.
Halverwege de jaren tachtig breidt Swarte zijn werkterrein uit met illustreren, vrije grafiek en het ontwerpen van affiches, letters, postzegels, meubels en architectuur. Hij werkte aan muziekprojecten van onder andere Fay Lovsky. In 1997 presenteert hij een plan voor de nieuwbouw van het theater De Toneelschuur in Haarlem, dat is uitgewerkt met Mecanoo architecten en in 2003 in gebruik is genomen. met architect Henk Döll ontwerpt hij het Johannes Enschede Hof in Haarlem en voor woningcorporatie Ymere met architect Sytze Visser vier appartementen in Amsterdam, die in februari 2010 werden opgeleverd. voor het stadhuis van Haarlem ontwerpt hij een tapijt met 61 pictogrammen die verhalen van de stad vertellen. in 2004 wordt zijn ontwerp van een glas-in-loodraam voor het paleis van Justitie in arnhem uitgevoerd. Het Hergé museum in louvain la neuve in België is ontworpen door architect Christian de Portzamparc, naar ideeën van Joost Swarte.
tegenwoordig illustreert Swarte regelmatig voor the New Yorker. Als promotor van het stripverhaal neemt hij in 1990 het initiatief tot de stripdagen Haarlem, een tweejaarlijks internationaal evenement. Hij is mede-oprichter van uitgeverij Oog&Blik in Amsterdam, gespecialiseerd in strips en grafische kunst. Een overzichtstentoonstelling van zijn werk was recent te zien in het musée d’art contemporaine in Lyon.
www.joostswarte.com

De studio van Joost Swarte verscheen in 2010 in Dzone Magazine.

De volledige inhoud is © 2014 Hans Frederiks

Tekenaar Giraud/Moebius: ‘Ik ben een soort geestelijke spons’

Een interview met Giraud/Moebius, dat ik samen met Kees de Bree maakte voor HP van 27 maart 1982.

Mijn favoriete strip was jarenlang Blueberry, een strip, die van een traditionele cowboy-strip, langzaam evolueerde naar een wat volwassener verhaal, nog steeds spannend, maar minder voorspelbaar en waarbij de held – Blueberry – alleen nog maar op zijn donder kreeg. De tekenaar van Blueberry, Jean Giraud, werd in de loop van de serie ook steeds beter, hij ging filmischer tekenen, je zat als het ware in een film van Sergio Leone, als je Blueberry las. Toen Giraud ook nog een alterego bleek te hebben in de vorm van Moebius, die science fiction/psychedelische verhalen tekende, wilde ik niets liever dan hem interviewen. Voor Stripschrift, waar ik toen voor schreef, voor het boek De kleurrijke helden van Giraud/Moebius, dat ik samen met Kees de Bree samenstelde en uiteindelijk voor een artikel in HP.
Hij vertelde in het interview over zijn bewondering voor Don Juan van Carlos Castaneda, over zijn gebruik van hallucinerende middelen, zijn werk aan Blueberry, de vrijheid die hij voelde toen hij als Moebius begon te tekenen en over zijn succes en de afschuwelijke consequenties van het hebben van succes. Hier vindt u het interview zoals het op 27 maart 1982 in de HP verscheen (als pdf-bestand).

Giraud én Moebius, in een shot.
Giraud én Moebius, in een shot.

De volledige inhoud is © 2014 Hans Frederiks

Tekst, training en fotografie